Jaarverslag 2013

 

Voorwoord

Door vroegtijdig in de wetgevingsprocedures gerichte vragen te stellen en met concrete voorstellen voor alternatieven en amendementen te komen, weet de Commissie Meijers aandacht te vragen voor openbaarheid in de besluitvorming, meer parlementaire en rechterlijke controle en naleving van fundamentele rechten van mensen in zwakke posities, zoals vluchtelingen, asielzoekers, gezins- en arbeidsmigranten, verdachten en etnische minderheidsgroepen zoals Roma.

Een goed voorbeeld van een succesvolle interventie is de jarenlange actie die de Commissie Meijers vanaf 1992 heeft gevoerd voor de toekenning van volledige rechtsmacht aan het EU Hof van Justitie in zaken betreffende migratie, asiel en de strafrechtelijke samenwerking tussen lidstaten. Dat doel werd uiteindelijk in 2009 bij het Verdrag van Lissabon gerealiseerd. Andere voorbeelden zijn de door de Commissie Meijers voorgestelde amendementen die in het Verdrag van Amsterdam (1997) zijn opgenomen, voorstellen voor specifieke verboden tot het invoeren van verslechteringen in de Gezinsherenigingsrichtlijn (2003) en het voorkomen van discriminatie van Nederlandse burgers op grond van hun ras of afkomst in de voorstellen voor de Wet Inburgering van Minister Verdonk in 2006 en voor een wet over toelating en uitzetting van Antilliaanse Nederlanders (voorstel Bosman) in 2014.

Het beoogde resultaat werd echter niet altijd bereikt. Ons vasthoudende pleidooi tegen de toegang van politie en inlichtingendiensten tot de Eurodac databank met vingerafdrukken van asielzoekers, omdat die toegang een duidelijk risico op stigmatisering oplevert, leidde tot jarenlange uitstel van dit plan, maar uiteindelijk niet tot afstel. Duitsland en Nederland wisten de andere lidstaten in 2013 over te halen. Ook het voorstel van de Commissie Meijers om te voorkomen dat seizoenarbeiders van buiten de EU onbeperkt jaar in jaar uit voor negen maanden aangesteld kunnen worden, zonder ooit een permanente verblijfsvergunning te krijgen, staat niet in de richtlijn over seizoensarbeid die in april 2014 door het Europese Parlement en de Raad werd vastgesteld. Maar ook in dit soort gevallen kwam het onderwerp door de brieven of notities van de Commissie Meijers wel op de politieke agenda in Brussel. Soms kreeg dat onderwerp later bij andere voorstellen opnieuw aandacht.

In de aanloop naar de Europese verkiezingen van mei 2014 hebben veel politici en commentatoren gepleit voor een grotere rol van de nationale parlementen bij de totstandkoming van EU wetgeving. Van 1992 tot 2009 stond in achtereenvolgende goedkeuringswetten van de Verdragen van Schengen, Maastricht, Amsterdam en Nice een bepaling die de goedkeuring door de regering van nieuwe wetgeving op het terrein van justitiële samenwerking, de vroegere ‘Derde Pijler’, afhankelijk maakte van instemming van de beide Kamers. Die bepaling kwam bij amendement in de wet. Dat amendement werd ingediend door de toenmalige Kamerleden Maarten Van Traa en Jaap De Hoop Scheffer, maar het was geschreven door Herman Meijers, de oprichter van deze Commissie. Bij de goedkeuring van het Verdrag van Lissabon in 2009 werd dat instemmingsrecht, dat de Kamers een duidelijke en veel gebruikte mogelijkheid tot controle en beïnvloeding van de Nederlandse opstelling in Brussel gaf, geschrapt op initiatief van de Regering en met instemming van de Raad van State. Het Europese Parlement (EP) zou de taak van de Staten-Generaal op dit punt overnemen en dus zou er voldoende parlementaire controle zijn. Er was toen en er is nu nog steeds onvoldoende oog voor het feit dat het EP een heel andere vorm van controle uitoefent dan de nationale parlementen. Die laatsten controleren en beïnvloeden het handelen van ‘hun’ ministers in de EU Ministerraad. Daar bemoeit het EP zich niet mee. Het EP en de EU Ministerraad zijn in de laatste fase van de wetgevingsprocedure juist elkaars tegenspelers.

Uiteindelijk kwam in 2009, wederom bij amendement, het veel minder vergaande ‘behandelvoorbehoud’ in de wet. Dat instrument werd al snel door de Kamer als een (te) zwaar politiek middel gediskwalificeerd. De Tweede Kamer heeft het tot nu toe slechts enkele keren per jaar gebruikt. In zijn recente rapport “Voorop in Europa” pleit René Leegte als ‘Rapporteur democratische legitimiteit’ van de Tweede Kamer voor een sterkere en eerdere betrokkenheid van de Kamer bij de Europese besluitvorming. Een belangrijk instrument heeft de Tweede Kamer zelf uit handen gegeven, vooral uit gebrek aan belangstelling voor en kennis van het wetgevingsproces in Brussel.

De geheimhouding waarmee de onderhandelingen over wetsvoorstellen in de EU Raad van Ministers nog steeds is omgeven maakt het voor burgers onmogelijk om Kamerleden te ‘voeden’ met gefundeerd commentaar en kritiek op de actuele stand van wetgevingsprocessen in Europa. Ook dat belemmert de parlementaire controle. Het EU Hof van Justitie heeft najaar 2013 in het arrest Access Info de noodzaak van openbaarheid juist bij het Europese wetgevingsproces benadrukt. De veronderstelde beperking van de onderhandelingsruimte van lidstaten als gevolg van openbaarmaking van de raadsdocumenten weegt volgens het Hof niet zo zwaar, dat dit de nu als regel geldende geheimhouding van die documenten rechtvaardigt, zie daarover p. 15 van dit jaarverslag. Iedere geïnteresseerde burger moet kunnen zien hoe de lidstaten zich bij de behandeling van voorstellen voor wetgeving in de EU Ministerraad opstellen. In reactie op dat arrest wordt nu echter in de Raad de mogelijkheid besproken om in de raadsdocumenten voortaan helemaal geen namen van lidstaten meer te vermelden. Het raadsdocument met dit averechtse voorstel (raadsdocument 8622/1/14 REV1 van 13 mei 2014) is echter zelf als ‘limite’ bestempeld en daarmee in feite geheim en niet voor buitenstaanders toegankelijk.

De democratische en rechterlijke controle in de EU zijn nog verre van perfect. Beide zijn echter in de afgelopen 25 jaar duidelijk verbeterd en versterkt. De Commissie Meijers heeft daaraan een bescheiden maar onmiskenbare bijdrage geleverd. De Commissie is de zes particuliere organisaties die haar werk mogelijk maken zeer dankbaar voor hun langdurige trouwe steun. Als voorzitter ben ik dankbaar voor het vele goede werk dat leden van de Commissie jarenlang zonder enige financiële vergoeding hebben verricht. Uiteindelijk werkt een democratie alleen als burgers bereid zijn zich daadwerkelijk voor die democratie in te zetten.

 

 

 

Kees Groenendijk,

26 mei 2014

 

1. Inleiding

 

In 2013 reageerde de commissie Meijers met 19 adviezen en brieven op nieuwe Europese voorstellen, Europese jurisprudentie, het Nederlandse regeerakkoord en eenmaal naar aanleiding van een consultatieverzoek van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. De commissie legde daarnaast een tiental werkbezoeken af en vergaderde acht keer.

De Europese Commissie heeft op vier van deze adviezen inhoudelijk gereageerd. De Nederlandse Regering heeft op eigen initiatief of naar aanleiding van Kamervragen verschillende malen gereageerd op adviezen. De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft eveneens gereageerd op het door hem gevraagde advies. De commissie Meijers heeft meerdere keren deelgenomen aan conferenties van de Europese commissie en van Nederlandse ministeries en werd uitgenodigd voor een individueel gesprek met de Eurocommissaris voor Binnenlandse zaken Cecilia Malmström. Voorts hebben delegaties van de commissie Meijers kennisgemaakt met leden van de Tweede Kamer en regelmatig gesproken met Europarlementariërs en hun stafmedewerkers.

In 2013 is er ten minste 27 maal in parlementaire debatten, kamerstukken, door andere maatschappelijke organisaties en in de media naar adviezen van de commissie Meijers verwezen. In dit verslagjaar heeft het Europees parlement verschillende keren de commissie Meijers voor nader advies en toelichtingen benaderd en wijzigingsvoorstellen van de commissie overgenomen als wetgevingsamendementen.

In dit jaarverslag worden de werkzaamheden van de commissie Meijers over 2013 nader toegelicht. Na een algemeen deel waarin onder meer wordt ingegaan op de achtergrond, werkwijze en doelstellingen van de commissie, volgt een bespreking van activiteiten gegroepeerd per onderwerp. Dit zijn vreemdelingenrecht, non-discriminatierecht, privacyrecht, asielrecht, institutioneel recht en strafrecht. Aan het einde van dit jaarverslag is een overzicht van de samenstelling van de commissie en van de in 2013 uitgebrachte adviezen te vinden.

 

2. Over de commissie Meijers

 

In 1990 nam prof. dr. Herman Meijers (1923-2000), toen emeritus hoogleraar volkenrecht aan de Universiteit van Amsterdam,  naar aanleiding van de onderhandelingen over het Schengenuitvoeringsverdrag, samen met een aantal maatschappelijke organisaties het initiatief voor de oprichting van het samenwerkingsverband van deskundige juristen onder de naam Permanente Commissie van deskundigen in internationaal vreemdelingen-, vluchtelingen- en strafrecht. Sinds 2008 is de commissie vernoemd naar zijn oprichter en wordt officieel aangeduid als de Commissie Meijers.

Achtergrond
Beweegreden van de juristen en maatschappelijke organisaties om de Commissie Meijers op te richten, was dat zij zich ernstige zorgen maakten over de overmatige geheimhouding rond Europese besluitvorming, de geringe democratische controle door nationale parlementen en de 
feitelijke uitschakeling van kritische analyse door buitenstaanders vanwege het gebrek aan actuele informatie. Destijds ging het daarbij met name om de totstandkoming en inwerkingtreding van het Verdrag van Schengen. In dit verdrag werden zogenaamde compensatoire maatregelen geïntroduceerd. Deze maatregelen, die veelal achter gesloten deuren werden overeengekomen, werden genomen om de negatieve neveneffecten die men verwachtte van een gebied met open grenzen en vrij personenverkeer, te kunnen tegengaan. Het ingrijpende karakter van deze maatregelen op de rechtspositie van burgers in de Europese Unie en de burgers afkomstig uit landen van buiten de EU (derdelanders), zowel aanwezig op het grondgebied van de EU als degenen die toegang willen krijgen tot de EU, was van begin af aan een bron van aanhoudende zorg van de leden van de Commissie Meijers.

Missie
Het doel van de Commissie Meijers was en is daarom nog steeds om zoveel mogelijk beschikbare informatie te achterhalen, om zo voldoende tijdig een wetenschappelijk gefundeerd oordeel af te kunnen geven over Europese voorstellen en geplande maatregelen die men nodig acht ter realisatie van het vrij verkeer van personen. Door vroegtijdig te reageren wil de Commissie Meijers een factor van belang zijn in de lopende discussie.

 

Aandachtsterreinen
Onderwerpen waar de commissie Meijers zijn aandacht op richt zijn onder meer de totstandkoming van het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel (GEAS), het vrije verkeer van personen, reguliere migratie, grensbewaking, strafrechtelijke samenwerking, rechten van de verdachten, wederzijdse erkenning, (biometrische) dataopslag en toegang tot onderhandelingsdocumenten. De laatste jaren richt de Commissie Meijers zich met name op de voorstellen voor verordeningen en richtlijnen van de Europese commissie in de zogenaamde
Ruimte van Vrijheid, Veiligheid en Recht en de onderhandelingen hierover tussen het Europees Parlement en de Raad van Ministers (in Justitie en Binnenlandse Zaken-configuratie). Ook reageert de Commissie Meijers incidenteel op voorstellen in de Nederlandse nationale politiek die zeer ingrijpend zijn voor de fundamentele rechten van individuen, zij het Nederlanders of vreemdelingen.

 

Werkwijze
De Commissie Meijers brengt haar commentaren en adviezen gevraagd en ongevraagd uit aan het Nederlands parlement, het Europees parlement, de nationale parlementen van andere lidstaten (zoals de House of Lords of de Bondsdag), de Nederlandse regering en de Europese Commissie. De Commissie ziet voor zichzelf een belangrijke taak weggelegd om in een zo vroeg mogelijk stadium, parlementen en het publiek over de inhoud en de juridische gevolgen van de conceptbesluiten te informeren.

 

Kernwaarden
De belangrijkste leidraden voor de Commissie Meijers zijn de centrale waarden van de democratische rechtsstaat: openbaarheid van besluitvorming, parlementaire controle en medezeggenschap over wetgeving, controle door een onafhankelijke rechter op de juiste toepassing van wetgeving en de bescherming van de individuele rechten van de mens.

Oprichters en financiers
De commissie Meijers is een onafhankelijke organisatie, ingesteld en ondersteund door de Nederlandse Orde van Advocaten, VluchtelingenWerk Nederland, FORUM Instituut voor Multiculturele Vraagstukken, de landelijke vereniging ter voorkoming en bestrijding van discriminatie op alle gronden Art. 1, en het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten. Sinds 1996 is het secretariaat van de Commissie Meijers bij FORUM gevestigd. 

 

Samenstelling en organisatie
De Commissie Meijers telt momenteel  32 leden en kent de volgende subcommissies: algemeen vreemdelingenrecht, non-discriminatie- en privacyrecht, asielrecht, institutioneel recht en strafrecht. De commissie wordt ondersteund door een secretaris. Zie paragraaf 5.3. voor een overzicht.

 

3. Activiteiten

3.1. Institutioneel recht

Transparante en democratische besluitvorming in Europa
Het bevorderen van transparante en democratische controle op besluitvorming op het terrein van justitiële samenwerking in de Europese Unie is van oudsher één van de kerndoelstellingen van de commissie Meijers. In 2013 besteedde de commissie veel aandacht aan een belangrijk knelpunt in die controle: het gebrek aan toegang tot zogenaamde
limite-documenten van de Raad van Ministers van de Europese Unie (hierna de Raad). Deze documenten bevatten onder andere informatie over de stand van de onderhandelingen over nieuwe richtlijnen en verordeningen en de standpunten die de lidstaten daarover innemen. Tijdige toegang tot limite-documenten is onontbeerlijk voor een kritische analyse van nieuwe voorstellen en een openbaar debat over de standpunten van lidstaten. Uit primair en secundair Unierecht volgt dat deze informatie dan ook voor het publiek beschikbaar moet zijn.1

Echter, volgens interne richtsnoeren van de Raad zijn Limite-documenten in beginsel enkel te raadplegen door overheidsfunctionarissen van lidstaten en functionarissen van de Europese Commissie en de Raad. Ze worden niet aan het publiek of media ter beschikking te gesteld en er wordt hoogstens bij wijze van uitzondering aan de voorzitters van de commissies van het Europees Parlement inzage verleend. Deze werkwijze is volgens de Raad van Ministers gerechtvaardigd, omdat openbaarmaking de onderhandelingsruimte van lidstaten ernstig zou beperken.2 De commissie Meijers is echter van oordeel dat deze wijze van behandeling van documenten in strijd is met het Unierecht.

Informatiepositie nationale parlementen
De interpretatie van de richtsnoeren voor wat betreft de toegang van nationale parlementen tot
limite-documenten verschilt per lidstaat. In tegenstelling tot 28 van de 40 nationale parlementen/kamers in de EU, had het Nederlandse parlement sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon lange tijd geen toegang tot limite-documenten. Slechts ambtenaren van ministeries mochten deze documenten raadplegen. De Regering veranderde in januari echt van standpunt en besloot dat de richtsnoeren toch de ruimte bieden om parlementariërs kennis te laten nemen van vertrouwelijke raadsdocumenten. Hiertoe werden inloggegevens tot het extranet van de Raad aan de Kamerleden verstrekt.3

De commissie Meijers viel deze omslag bij, maar achtte dit nog niet voldoende. De commissie beval in een brief aan de Tweede Kamer van 4 februari 2013 aan om niet alleen limite, maar ook zogenaamde restreint documenten en ambtelijke instructies aan het parlement beschikbaar te stellen, zolang niet vast staat dat zwaarwegende belangen zich daar uitdrukkelijk tegen verzetten. Voorts dienen er investeringen in de IT-voorzieningen en de ambtelijke ondersteuning gemaakt worden ten einde toegang tot de doorgaans enorme hoeveelheid limite-documenten ook daadwerkelijk dienstig aan democratische controle te laten zijn. In reactie hierop toonde de Minister van Buitenlandse Zaken zich enkel bereid om aan de Kamers toegang tot de lijst van alle Raadsdocumenten in alle categorieën van vertrouwelijkheid (inclusief restreint, secret en très secret) via de database van de Raad te verlenen, zonder deze documenten zelf beschikbaar te stellen.4

Op 22 maart deed de Kamercommissie voor Europese Zaken een verzoek aan de Regering om te onderzoeken of de richtsnoeren kunnen worden opgezegd of gewijzigd. Bij brief van 22 april sprak de Minister zijn twijfels uit over de mogelijkheden daartoe, maar het niettemin te zullen aankaarten binnen de Raad.5 Bij brief van 26 juni gaf de Commissie Meijers de Minister een aantal argumenten waarom de richtsnoeren strijdig zijn met het Verdrag en jurisprudentie van het Gerecht van de Europese Unie.6 Verder riep de commissie Meijers op om in afwachting hiervan de grondwettelijke inlichtingenplicht te laten prevaleren en limite-documenten voortaan openbaar te maken.

Op verzoek van de Tweede Kamer reageerde de Minister van Buitenlandse Zaken op 23 augustus op de nieuwe brief van de commissie Meijers.7 De Minister zei in zijn reactie zich te zullen blijven inzetten voor versoepeling van de richtsnoeren, maar dat van verdere openbaarmaking voorlopig geen sprake kan zijn.

 

Hofjurisprudentie en buitenlandse ontwikkelingen
Gelijktijdig deden zich buiten Nederland een aantal ontwikkelingen op dit gebied voor. Op 13 oktober bevestigde het Hof van Justitie een uitspraak van het Gerecht uit 2011 waaruit bleek dat de veronderstelde beperking van de onderhandelingsruimte van lidstaten bij openbaarmaking van raadsdocumenten niet dusdanig ernstig is dat dit geheimhouding in zijn algemeenheid rechtvaardigt.
8 Naar het oordeel van de commissie Meijers bevestigt dit dat openbaarmaking de regel is en geheimhouding de uitzondering.

Bij brief van 13 november gaf de commissie Meijers de Tweede Kamer in overweging om naar Duits voorbeeld een wet in te voeren die de informatiepositie van het parlement versterkt en formaliseert.9 Daarnaast meent de commissie Meijers dat de aanbevelingen van het European Scrutiny Committee van het Britse Lagerhuis inzake het informeren van nationale parlementen een goede tussentijdse oplossing zouden kunnen bieden.10 De commissie Meijers onderstreepte in deze brief verder dat democratische controle niet alleen door het parlement, maar ook door het bredere publiek, media en maatschappelijke organisaties mogelijk moet zijn. Daarom riep de commissie Meijers de Kamer op om te blijven hameren op het opzeggen van de richtsnoeren. In reactie op deze brief werd de commissie Meijers uitgenodigd deel te nemen aan een seminar over de rol van het Nederlandse parlement bij Europese besluitvorming in januari 2014.

De commissie Meijers zal zich in 2014 blijven inzetten voor meer openbare en transparantere besluitvorming in de Europese Unie. De commissie is van mening dat er nog veel hervormingen nodig zijn om de praktijk rond openbaarmaking naar het Europees parlement, de nationale parlementen en het publiek in overeenstemming te brengen met het primaire Unierecht.

  • Notitie EU-informatievoorziening aan het nationale parlement (4 februari 2013)
  • Notitie Commissie Meijers over EU- informatievoorziening aan het nationale parlement en de richtsnoeren voor behandeling van interne Raadsdocumenten
  • (26 juni 2013)
  • Reactie oproep rol Tweede Kamer in EU besluitvorming (14 november 2013)

 

Het regeerakkoord VVD-PvdA
Naar aanleiding van het in het najaar van 2012 gesloten coalitieakkoord tussen PvdA en VVD bracht de commissie Meijers in januari 2013 een notitie uit. De commissie analyseerde hierin de voorstellen uit het regeerakkoord op de beleidsterreinen Veiligheid en Justitie en Immigratie, Integratie en Asiel vanuit internationaal- en Europeesrechtelijk perspectief.

In de notitie wijst de commissie erop dat voorstellen over vereenvoudigde toepassing van voorlopige hechtenis, directe tenuitvoerlegging van sommige vrijheidsstraffen hangende hoger beroep, en strafbaarstelling van illegaal verblijf op gespannen voet staan met internationale verplichtingen die voortkomen uit door de internationale gemeenschap breed gedeelde waarden.

De commissie merkt op dat het uitsluiten van EU-burgers van de sociale bijstand wegens het niet voldoen aan een taaleis in strijd is met het in het EU-verdrag neergelegde verbod op indirecte discriminatie naar nationaliteit. Taaleisen aan Turken en langdurig ingezetenen zijn problematisch in het licht van het associatierecht tussen de EU en Turkije. Uitsluiting van de sociale bijstand van Nederlanders vanwege een gebrekkige beheersing van het Nederlands zal vooral Nederlanders met een migrantenverleden treffen en staat daarom op gespannen voet met het discriminatieverbod uit artikel 1 Grondwet.

De verlenging van de periode voordat migranten kunnen stemmen bij gemeenteraadsverkiezingen, naturaliseren en hun verblijfsrecht niet verliezen bij het aanvragen van een bijstandsuitkering van vijf naar zeven jaar is strijdig met een aantal verdragen waar Nederland aan gebonden is. De commissie wijst er op dat Nederland deze dan eerst moeten opzeggen. De voorgenomen aanscherping van een aantal inburgeringseisen zijn naar het oordeel van de commissie Meijers in strijd met EU-richtlijnen. Verder roept de commissie Meijers op om het beleid omtrent gezinshereniging en vorming van erkende vluchtelingen te versoepelen, ten einde het recht op familieleven en de rechten van het kind beter te waarborgen.

Afschriften van deze notitie zijn verzonden naar de Tweede Kamer, de Regering en het Europees Parlement. Naar aanleiding van de verkiezing van de nieuwe Tweede Kamer heeft een delegatie van de commissie Meijers in het voorjaar van 2013 kennisgemaakt met een aantal Kamerleden met veiligheid en justitie in hun portefeuille. Tijdens deze gesprekken heeft de commissie Meijers punten uit de notitie toegelicht.

  • Notitie over het regeerakkoord VVD-PvdA van 29 oktober 2012 (6 februari 2013)

 

De Ruimte van Vrijheid, Veiligheid en Recht in 2020
Europese samenwerking op het terrein van justitie en binnenlandse zaken vindt plaats binnen de kaders van door de Raad vastgestelde meerjarige programma’s. Voor de periode 2009-2014 was dit het programma van Stockholm. Hoewel er discussie was over de noodzaak van een nieuwe programma, is de Europese Commissie in de aanloop van een opvolger van het Stockholmprogramma een publieke consultatie gestart. In oktober 2013 heeft de commissie Meijers heeft gereageerd en aandacht gevraagd voor de mensenrechtelijke prioriteiten in de formulering van dit nieuwe programma.

De commissie Meijers heeft met name opgeroepen tot het verbeteren van rechtsststatelijkheidsmechanismes en de ontwikkeling van een coherent mensenrechtenbeleid in het vaststellen van nieuwe Europese wetgeving en verdergaande samenwerking tussen lidstaten. Daarnaast is de commissie Meijers van mening dat geïnvesteerd moet worden in het monitoren en evalueren van het functioneren en de implementatie van Unierecht, met name op het punt van fundamentele rechten en rechtsbescherming. Hierbij dient aandacht aan de gevolgen voor mensenrechten in derde landen te worden gegeven. De commissie Meijers doet verder een serie zelfstandige aanbevelingen op het terrein van vreemdelingenrecht, asielrecht, strafrecht, databescherming en non-discriminatie.

In reactie hierop werd de commissie Meijers uitgenodigd voor verschillende conferenties van de Europese Commissie en het Ministerie van Veiligheid en Justitie en heeft het de notitie in een gesprek met Eurocommissaris van Binnenlandse Zaken Cecilia Malmström toegelicht. De voorstellen voor het nieuwe meerjarenplan zijn inmiddels in maart 2013 door de Europese Commissie gepresenteerd.11

  • Note on the new Area of Freedom, Security and Justice Multiannual Programme for the period 2015-2020 (7 oktober 2013)

 

3.2. Vreemdelingenrecht

De subcommissie algemeen vreemdelingenrecht richt zich zowel op Europese wetgeving die reguliere migratie van niet EU-onderdanen (zogenaamde derdelanders) naar de EU regelt als de verwezenlijking van het vrij verkeer van personen binnen de EU. De commissie Meijers heeft in 2013 drie notities uitgebracht over positie van derdelanders en een notitie over het vrij verkeer van Unieburgers. Daarnaast heeft de commissie gereageerd op de voorstellen rond ‘slimme grenzen’.

Verblijfsrecht van derdelanders en unieburgers
De eerste kwestie waar de commissie Meijers aandacht om vroeg, is de druk die de EU uitoefent op landen waarmee de EU onderhandelt over visumliberalisatie om repressief op te treden tegen illegale grensoverschrijders. In ruil voor vereenvoudigde toegang tot het Schengengebied tonen landen als bijvoorbeeld Macedonië en Servië zich bereid om overtreding van de vreemdelingenwetten van
andere landen strafbaar te stellen. Bulgarije verbood het een van zijn eigen onderdanen zelfs het land nog te verlaten, nadat hij de Amerikaanse vreemdelingenwet had overtreden. In Stamose t Bulgarije zette het Europees Hof van de Rechten van de Mens (EHRM) een streep door die laatste maatregel.12 De commissie Meijers greep deze uitspraak aan om bij de Europese Commissie zijn bezorgdheid over dit soort maatregelen te uiten. Met name ziet de commissie Meijers het recht op asiel en het recht om het eigen land te verlaten onder druk komen door de onderhandelingspositie die de EU inneemt bij visumliberalisatie. Ook is de commissie Meijers bezorgd over berichten dat bepaalde minderheden, zoals Roma, in de Balkanlanden met discriminerende repressieve maatregelen te maken krijgen bij grensovergangen. De commissie Meijers vroeg de Europese Commissie daarom om zorgvuldig te heroverwegen welke eisen het op tafel legt in de onderhandelingen met derde landen.

In reactie op deze brief zegt Eurocommissaris Cecilia Malmström toe te zullen onderzoeken of fundamentele rechten, in het bijzonder die van minderheden, voldoende gewaarborgd zijn in de implementatie van hervormingen in het kader van visumliberalisatie. Malmström geeft echter aan dat verbeterde documentveiligheid, grensbewaking en migratiemanagement inzet zullen blijven bij onderhandelingen met derde landen. De Europese Commissie zal daarbij echter niet van derde landen vragen om ‘exit controls’ uit te voeren. Naar aanleiding van de brief van de commissie Meijers zijn er ook vragen gesteld in het Europees Parlement.

De tweede brief van de commissie Meijers over derdelanders betrof het verloop van de onderhandelingen over de studentenrichtlijn. Deze richtlijn beoogt de wetgeving rond verblijf voor studie en/of wetenschappelijke onderzoek voor derdelanders binnen de EU te harmoniseren en mobiliteit tussen de lidstaten te bevorderen. In onderhandelingsdocumenten over de totstandkoming van deze richtlijn signaleert de commissie Meijers nieuwe imperatieve gronden voor het intrekken van het verblijfsrecht die buiten de macht van de betrokkene vallen, zoals het niet betalen van belastingen of sociale premies door de onderwijsinstelling. De commissie waarschuwt dat dit strijdig is met het rechtszekerheidsbeginsel en roept op om de intrekkingsgrond in ieder geval facultatief te laten zijn. Uit nieuwe onderhandelingsdocumenten blijkt dat dit de Raad dit advies naast zich heeft neergelegd.

Een derde punt waar de commissie Meijers aandacht om vroeg betreft de onduidelijke bevoegdheidsverdeling van rechtbanken bij consulaire vertegenwoordiging. Op grond van de visumcode kunnen lidstaten afspreken om namens elkaar visumaanvragen te weigeren. Echter, regelmatig achten Nederlandse rechtbanken zich niet bevoegd om kennis te nemen van negatieve beschikkingen op visumaanvragen, genomen namens Nederland door, bijvoorbeeld, Belgische autoriteiten. De rechtzoekende kan in dat geval slechts hopen dat de Belgische rechtbanken zich wel bevoegd achten, de visumcode regelt de competentieverdeling in dit soort gevallen namelijk niet. In dat geval ontbreekt een effectieve remedie als bedoeld in artikel 47 van het Handvest. Zelfs als dit wel het geval is, kan het voeren van beroepsprocedures in een ander land dan het land van bestemming een veel ingewikkelder kwestie zijn dan nodig. In het land van bestemming kunnen familie of andere relaties die de taal machtig zijn de aanvrager assisteren in het voeren van procedures. De commissie Meijers riep de Europese Commissie daarom op hier aandacht aan te besteden bij de hervormingen van de Visumcode, die in de loop van 2014 worden verwacht.

Wat betreft de vrijheid van verkeer van Unieburgers signaleert de commissie Meijers een tendens van lidstaten om hun arbeidsmarkten af te schermen van burgers van nieuwe lidstaten. De commissie Meijers adviseerde in oktober daarom positief over een richtlijnvoorstel van de Europese Commissie welke beoogt de uitoefening van rechten in het kader van het vrij verkeer van personen te faciliteren.13 Hoewel de meeste van de concrete maatregelen al van kracht zijn in Nederland, ziet de commissie Meijers hier een meerwaarde om dit te verankeren in Europees recht ten einde adequate rechtsbescherming ook in andere landen te verzekeren.

  • Letter Meijers Committee on the implications of the recent judgment of the ECHR Stamose v Bulgaria for visa liberation negotiations (10 januari 2013)
  • Note on the Proposal for a Directive on the conditions of entry and residence of third-country nationals for the purposes of research, studies, pupil exchange, remunerated and unremunerated training, voluntary service and au pairing (3 juni 2013)
  • Response Meijers Committee to the Open Consultation- Improving procedures for obtaining short-stay ‘Schengen’ visas (17 juni 2013)
  • Commission Proposal for a Directive on measures facilitating the exercise of rights conferred on workers in the context of freedom of movement for workers (2 oktober 2013)

 

Slimme grenzen
Op het gebied van grensbewaking zijn twee grote ontwikkelingen gaande: verdergaande samenwerking in de fysieke bewaking van de maritieme buitengrenzen en de vorming van digitale grenzen. Omdat asielzoekers hier voornamelijk hinder van ondervinden komen beide onderwerpen aanbod bij het onderdeel asielrecht van dit jaarverslag. Echter, digitalisering van grensbewaking zal als het aan de EU ligt ook in toenemende mate aan reguliere migranten raken. In februari 2013 lanceerde de Europese Commissie het zogenaamde “
Smart Borders Package.” Dit pakket bevat ontwerpverordeningen tot inrichting van een Entry and Exit System (EES) en een Registered Travellers Programme (RTP).14 Het EES beoogt de persoonsgegevens, pasfoto’s en vingerafdrukken van alle derdelanders die het grondgebied van de EU inreizen op te slaan met als doel het signaleren van personen die langer dan is toegestaan in de EU verblijven. Het RTP is net als het EES een datasysteem met persoons- en biometrische gegevens, maar heeft als doel om de grensoversteek van frequente en vooraf gecontroleerde ‘bona fide’ reizigers te vergemakkelijken.

In brieven aan het Nederlandse en het Europees parlement is de commissie Meijers zeer kritisch ten aanzien van de noodzaak, effectiviteit en de kosten van deze datasystemen. Zo is niet geregeld welke maatregelen lidstaten bij een signalering van overschrijding van verblijfsduur dienen te nemen. Hierdoor dreigt een niet op te acteren verzameling van informatie te ontstaan die bij optimaal functioneren van het EES hoogstens het handhavingstekort kwantificeert. De commissie Meijers is daarnaast onder meer van oordeel dat voordat deze verordeningen worden aangenomen eerst de reeds bestaande datasystemen (SIS II, VIS, Eurodac) geïmplementeerd en geëvalueerd dienen te worden. Verder keert de commissie Meijers zich tegen de gebrekkige bepalingen rond gegevensbescherming en de voorziene toegang van strafrechtelijke autoriteiten.

De commissie herhaalt een aantal van zijn zorgen in de eerder genoemde brief inzake het post-Stockholmprogramma. Leden van de commissie hebben op verschillende congressen in Brussel en bij ministeries deze punten bij beleidsmakers onder de aandacht gebracht.

  • Notitie over de voorstellen voor slimme grenzen (3 mei 2013)
  • Note Meijers Committee on the Smart Borders proposals (3 mei 2013)

 

3.3. Asielrecht

Op het terrein van asielbeleid heeft de commissie Meijers een viertal notities uitgebracht. Naast fysieke en digitale grensbewaking betrof dit de herziening van de procedurerichtlijn en de implementatie van het “kinderpardon” voor wat betreft het buitenschuldbeleid.

Herziening Eurodac-verordening
In januari plaatst de commissie Meijers kanttekeningen bij een brief van de Regering inzake de herziening van de
Eurodac-verordening.15 De EU wil bij deze herziening vingerafdrukken van asielzoekers beschikbaar stellen aan strafrechtelijke autoriteiten. Nederlandse opsporingsautoriteiten kunnen al vingerafdrukken van in Nederland wonende asielzoekers bekijken, voorstel is nu om dit mogelijk te maken voor alle asielzoekers en alle opsporingsautoriteiten in de EU. De commissie Meijers is echter niet overtuigd van de noodzaak en de proportionaliteit van deze bevoegdheid. Met name is niet duidelijk in hoeverre door de Regering genoemde cijfers rondom in het verleden gedane raadplegingen van databanken op vingerafdrukken van asielzoekers daadwerkelijk hebben bijgedragen aan de oplossing van strafbare feiten. De commissie Meijers herhaalde zijn zorgen uit 2012 dat dit tot verdergaande stigmatisering van een kwetsbare groep zal leiden, nu asielzoekers eerder bij strafrechtelijk onderzoek kunnen worden betrokken dan anderen. De commissie Meijers roept daarom op om in ieder geval het aantal autoriteiten dat Eurodac mag raadplegen en de type misdrijven te beperken. Uitbreiding naar strafrechtelijke autoriteiten is uiteindelijk in juni 2013 door het Parlement en de Raad geaccepteerd.

  • Reactie Commissie Meijers op de brief van de regering over het voorstel van de Europese Commissie tot aanpassing van de Eurodac Verordening (24 januari 2013)

Herziening procedurerichtlijn
Net als de herziening van de
Eurodac-verordening was de herziening van de procedurerichtlijn een langdurig proces waar de commissie Meijers zich al sinds 2011 mee bezig hield. In 2013 richtte de onderhandelingen zich onder meer op bepalingen inzake kwetsbare vluchtelingen. De commissie Meijers merkt in een notitie aan het Europees Parlement op dat de bewijslast voor slachtoffers van seksueel geweld, marteling, of ander ernstig geweld te zwaar is geformuleerd, aangezien bepaalde handelingen of gebeurtenissen nooit met zekerheid door medisch specialisten als oorzaak van somatische trauma’s zijn aan te wijzen, maar hoogstens in lijn kunnen zijn met verklaringen van de betrokken asielzoeker. Voor wat betreft psychische klachten is de commissie Meijers van oordeel dat zelfs als deze klachten geen oorzaak vinden in in het verleden ondervonden daden van vervolging, de betrokkene toch in aanmerking moet komen voor speciale procedures indien zijn psychische gezondheidssituatie dat noodzakelijk maakt. Hier moet met name mee rekening worden gehouden in verkorte grensprocedures.

De commissie Meijers pleit er voorts voor om minderjarige asielzoekers alleen bij wijze van uitzondering verkorte procedures te laten doorlopen en anderszins kinderen zo veel als mogelijk de gelegenheid te geven hun relaas te doen. Ten slotte raadt de commissie Meijers aan om de schorsende werking hangende beroep in alle gevallen van kwetsbare en minderjarige asielzoekers te handhaven.

  • Letter Meijers Committee on the recast of the Procedures Directive (11 februari 2013)

Kinderpardon
In het voorjaar van 2013 verzocht de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie de commissie Meijers om te adviseren over de invulling van de contra-indicatie ‘meewerken aan vertrek’ inzake de ‘vergunningverlening aan langdurig in Nederland verblijvende kinderen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen’, beter bekend als het kinderpardon. De commissie Meijers adviseerde de Staatssecretaris hiervoor soepele criteria te hanteren. Met name zouden kinderen niet de nadelige gevolgen van het handelen van hun ouders mogen ondervinden en frustratie van uitzetting alleen mogen worden tegengeworpen als het gedrag van het minderjarige kind ook aan hem is toe te rekenen.

In reactie hierop gaf de Staatssecretaris te kennen dat hij niet meewerken aan vertrek door de ouders wel degelijk als contra-indicatie zal hanteren, omdat het kind anders het ‘vehikel’ wordt voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning. De staatssecretaris merkt op dat kinderen niet alleen in het vreemdelingenrecht soms de rekening betalen van het nadelig gedrag van hun ouders. In het voorjaar van 2014 werd bekend dat uiteindelijk 675 jonge asielzoekers en 775 gezinsleden een verblijfsvergunning hebben gekregen. 1720 andere afvragen zijn afgewezen.

  • Brief inzake het Kinderpardon en het buitenschuldbeleid (3 juni 2013)

Maritieme Grensbewaking
In oktober 2013, vlak na de grote bootramp voor de kust van Lampedusa, bereikten de lidstaten en het Europees parlement na lang onderhandelen overeenstemming over een nieuw systeem (EUROSUR) om de samenwerking tussen de lidstaten in de bewaking van de grenzen van het Schengengebied beter door Frontex, - het EU-grensbewakingsagentschap - te laten coördineren. Tegelijkertijd werd er in Brussel onderhandeld over een aparte verordening die ziet op het uitvoeren van onderscheppingen van schepen, reddingsoperaties en het aan land laten gaan van migranten in derde landen (in Noord-Afrika) in plaats van de EU.

In 2012 oordeelde het Europees Hof van de Rechten van de Mens dat ontschepingen in derde landen alleen plaats kunnen vinden nadat de betrokken personen de kans hebben gekregen redenen te geven waarom van ontscheping buiten de EU zou moeten worden afgezien. De betrokken personen, asielzoekers, hebben daarbij recht op een rechtsmiddel met schorsende werking van onmiddellijke terugkeer en recht op juridische bijstand en tolken.16

Uit onderhandelingsdocumenten van voorjaar 2013 die in het bezit van de commissie Meijers waren gekomen, bleek dat bovengemoede EHRM-uitspraak maar ten dele zou worden geïmplementeerd in de nieuwe Search and Rescue verordening. Met name bevatte het geen bepalingen over rechtsmiddelen of de beschikbaarheid van tolken en juridisch adviseurs. In een brief aan het Europees Parlement beval de commissie Meijers aan om bij de onderhandelingen op de nodige aanpassingen te sturen. In de loop van de verdere onderhandelingen heeft de commissie Meijers nog verschillende keren direct contact gehad met de rapporteur van het Europees Parlement, maar een meerderheid van de fracties en de Raad toonden zich uiteindelijk bereid om slechts een afgezwakte formulering van de bepalingen op te nemen. Een andere zorg van de commissie Meijers werd wel overgenomen. Dit betreft een beperking van de bevoegdheid van lidstaten om tot onderschepping in de zogenaamde aansluitende zone op zee over te gaan.

  • Note on the Proposal for a Regulation establishing rules for the surveillance of the external sea borders in the context of operational cooperation coordinated by Frontex (23 mei 2013)

 

3.4. Strafrecht

In de eerste helft van 2013 heeft de Europese Commissie een drietal richtlijnen die zien op effectievere criminaliteitsbestrijding binnen de EU voorgesteld. Tegen het einde van 2013 werden deze voorstellen dat aangevuld met een pakket ter harmonisatie van een aantal rechten van verdachten. De commissie Meijers heeft in het huidige verslagjaar gereageerd op de op handhaving gerichte voorstellen. Twee hiervan zullen besproken worden onder dit kopje, het derde voorstel in de paragraaf over non-discriminatierecht.17

Minimumstraffen in de valsemunterij-richtlijn
De commissie Meijers heeft bezorgd gereageerd op bepalingen uit de voorgestelde valsemunterij-richtlijn waarin lidstaten verplicht worden minimumstraffen in te voeren. In Nederland wordt al langer gediscussieerd over de wenselijkheid van minimumstraffen en vooralsnog is hier geen politieke overeenstemming over. In mei 2013 wees de commissie Meijers het Europees Parlement er op dat er goede redenen bestaan om het rechtssysteem in lidstaten op dit punt te respecteren, met name met het oog op rechterlijke onafhankelijkheid en proportionele bestraffing. De commissie Meijers is van oordeel dat geen bewijs bestaat voor het nuttig effect van minimumstraffen en acht het richtlijnvoorstel in zijn huidige vorm niet proportioneel aan de verwezenlijking van de doelen van de Europese Unie.

Vicepresident Viviane Reding, de eurocommissaris van justitie, wijst in een reactie de bezwaren van de commissie Meijers van de hand. Zij is van oordeel dat er een preventieve werking uitgaat van minimumstraffen en dat dit prioritering van vervolging van valsemunterij van de Euro bij strafrechtelijke autoriteiten zal afdwingen. Zij wijst er ook op dat in tegenstelling tot Nederland, een meerderheid van de lidstaten wel een systeem van minimumstraffen kent. Wat haar betreft zal de richtlijn geen afbreuk doen aan bepalingen die het de rechter toestaat op bij uitzondering af te wijken van wettelijke vastgestelde minimumstraf.

  • Note on the proposal for a Directive on the protection of the euro and other currencies against counterfeiting by criminal law (31 mei 2013)

Een Europees Openbaar Ministerie
Het Verdrag van Lissabon voorziet in de oprichting van een Europees Openbaar Ministerie om fraude met EU-gelden, zoals subsidies, te bestrijden. In juli 2013 legde de Europese Commissie een ontwerpverordening aan de Raad voor, waarin het Europees OM wordt vormgegeven. Het EOM kent een decentrale structuur, waarin gedelegeerde Europees aanklagers werken binnen nationale openbaar ministeries, maar worden aangestuurd door één Europees hoofdaanklager. Het EOM zou exclusieve bevoegdheid krijgen tot vervolging van een aantal nog nader te definiëren financiële delicten, en bijkomende vervolgingsbevoegdheid over aan een specifieke financiële strafzaak verbonden delicten van een andere aard.

Het politieke debat naar aanleiding van de ontwerpverordening richt zich vooral op de subsidiariteit van het voorstel. De commissie Meijers ziet echter ook een aantal andere tekortkomingen. Zo is onduidelijk in hoeverre begrippen uit de verordening autonoom of naar nationaal recht geïnterpreteerd moeten worden. Dit werkt rechtsonzekerheid en –ongelijkheid in de hand voor verdachten. De commissie Meijers wijst er voorts op dat de verhouding tussen vervolging enerzijds en transacties en administratieve punitieve sancties anderzijds niet in overeenstemming met het ne bis in idem-beginsel geregeld wordt.

De commissie Meijers is bovenal bezorgd over de gebrekkig vormgegeven politieke en rechterlijke controle op het functioneren van Europees aanklagers. De commissie Meijers onderschrijft dat het EOM in de eerste plaats onafhankelijkheid dient te zijn, maar vindt dat er verantwoording moet kunnen worden afgelegd over gevoerd beleid. Verder is bij schending van fundamentele rechten onduidelijk of de EU of de lidstaat waarbinnen het EOM opereert in rechte aansprakelijk is voor het optreden van het EOM.

Daarnaast is de concrete invulling van de rechten van verdachten op veel punten onvolledig. Dit betreft onder meer remedies tegen kennelijk ongegronde vervolgingen, keuze van rechtbank, mogelijkheid tot eigen onderzoek van de verdediging, onrechtmatig verkregen bewijs en de opslag en overdracht van persoonsgegevens aan derde landen.

In oktober trokken zowel de Eerste als de Tweede Kamer samen met 17 andere nationale parlementen een zogenaamde gele kaart tegen het EOM-voorstel. Deze parlementen waren van mening dat de lidstaten fraudebestrijding het beste zelf voor hun rekening kunnen blijven nemen, en dat een Europees-brede aanpak niet geëigend was. Voorts waren een aantal parlementen van oordeel dat voor zover er al een EOM nodig is, het huidige voorstel disproportioneel is, in de zin dat het te veel macht toekent aan een centraal orgaan, en de rechtsbescherming onvoldoende regelt.

Met het trekken van de gele kaart, of meer precies gezegd het uitbrengen van een gemotiveerd subsidiariteitsbezwaar, trad een procedure in werking waarin de Europese Commissie haar voorstel moet herzien. De Europese Commissie reageerde binnen een maand op de bezwaren van de parlementen, maar legde die grotendeels naast zich neer. De EC gaf aan dat de subsidiariteit van het voorstel reeds zorgvuldig was afgewogen en verantwoord was in de explanatory memorandum. Van de bezwaren ten aanzien van de proportionaliteit van het voorstel en de gebrekkige rechtsbescherming gaf de EC aan dat deze buiten het bereik van de gele-kaartprocedure vallen en daarom zullen worden genegeerd. Over het voorstel wordt nu onderhandeld binnen de Raad. Omdat het voorstel onder de consentprocedure valt, kan het Europees Parlement geen amendementen indienen en het enkel goedkeuren of afwijzen. De commissie Meijers blijft dit dossier in 2014 nauwlettend volgen.

  • Note Meijers Committee on the proposed Council Regulation on the establishment of the European Public Prosecutor’s Office (25 september 2013)

 

3.5. Privacyrecht

In de hierboven besproken commentaren op wetgevingsvoorstellen heeft de commissie waar relevant steeds aandacht besteed aan privacy-gerelateerde aspecten van rechtsbescherming. Met name met betrekking tot het Smart Borders voorstel heeft de commissie Meijers grote zorgen aan de Europese commissie en het Europees Parlement kenbaar gemaakt. Ook het voorstel tot oprichting van het Europees Openbaar Ministerie kent bepalingen rond de opslag en overdracht van persoonsgegevens die moeilijk te verenigen zijn met privacywetgeving. De commissie Meijers volgt eveneens de onderhandelingen rond de Algemene Gegevensbeschermingsverordening en de Algemene Gegevensbeschermingsrichtlijn op de voet, maar heeft in 2013 geen aanleiding gezien hier een aparte notitie over te doen verschijnen.

 

3.6. Non-discriminatierecht

Net als privacyrecht komt non-discriminatierecht voornamelijk aan de orde in notities die in eerste instantie tot bijvoorbeeld het domein van strafrecht of migratierecht horen. In 2013 heeft de commissie Meijers wel een zelfstandig commentaar gewijd aan discriminatoire aspecten van een richtlijnvoorstel met betrekking tot bestrijding van witwassen en financiering van terrorisme.

Witwassen en financiering van terrorisme
Zoals onder het kopje strafrecht besproken heeft de Europese Commissie een aantal voorstellen met betrekking tot financiële criminaliteit gedaan. Een van deze voorstellen is niet strafrechtelijk maar regulerend van aard en betreft het tegengaan van het gebruik van het financiële systeem voor witwasserij en financiering van terrorisme. De commissie Meijers is bezorgd over mogelijke discriminerende effecten hiervan. Het voorstel beoogt aan financiële dienstverleners de verplichting op te leggen om bij zekere transacties de achtergrond van de klant te onderzoeken. Criteria voor het instellen van een dergelijk onderzoek zijn het type transactie, het type cliënt en het land van herkomst van de cliënt. Cliënten uit landen die bekend staan om hun gebrekkig optreden tegen witwassen en/of financiering van terrorisme, met veel corruptie en/of criminaliteit, uit landen waartegen internationale sancties gelden of die terrorisme steunen of financieren of terroristische organisaties vanaf hun grondgebied laten opereren vormen een hoger risico en valt een uitgebreider onderzoek ten deel alvorens een transactie wordt goedgekeurd.

De commissie Meijers is van oordeel dat alleen het laatste criterium van het daadwerkelijk steunen van terroristische organisaties voldoende objectief is. De andere criteria zijn volgens de commissie subjectief en werken discriminatie van burgers van niet-westerse landen in de hand. De commissie Meijers wijst er op dat deze maatregelen voortbouwen op de reeds bestaande stigmatisering van niet-westerlingen.

Het Directoraat-Generaal voor de Interne Markt en Diensten wijst er in een reactie op dat geografische factoren niet de enige criteria te komen om tot een risicobeoordeling over te gaan. Individuen uit risicolanden vallen daarom niet automatisch een intensievere controle ten deel. De Europese Commissie wijst erop dat er ook een lijst bestaat met indicaties van landen die een laag risico kennen. Volgens de EC is het gebruik van geografische factoren daarom niet noodzakelijkerwijs nadelig voor derdelanders. De onderhandelingen over dit voorstel lopen thans nog.

  • Note Meijers Committee on the proposal for a Directive on the prevention of the use of the financial system for the purpose of money laundering and terrorist financing (20 augustus 2013)

 

 3.7. Werkbezoeken

In 2013 heeft de commissie Meijers acht werkbezoeken afgelegd. In het voorjaar is kennisgemaakt met verschillende Tweede Kamerleden die het woord voeren op voor de commissie Meijers relevante dossiers. Daarnaast heeft de commissie kennisgemaakt met de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, Fred Teeven.

Er is ook een gesprek geweest met Cecilia Wikström, rapporteur van het Europees Parlement voor de studentenrichtlijn, waarbij een aantal punten uit de hierboven besproken notitie nader zijn toegelicht. Verschillende leden van de commissie Meijers spraken bij bijeenkomsten in Brussel over Smart Borders en namen deel aan conferenties over het post-Stockholmprogramma bij de Europese Commissie en het Ministerie van Veiligheid en Justitie

 

4. Impact van de Commissie Meijers

 

Voor dit jaarverslag is geprobeerde te achterhalen wat de impact van het werk van de commissie Meijers op politieke besluitvorming is geweest. Het meten van deze effecten kan hooguit indirect en is af te leiden uit reacties van politici en beleidsmakers op de brieven van de commissie en aandacht in de media.

Zoals hiervoor al is aangegeven heeft de Europese Commissie vier keer inhoudelijk gereageerd op brieven de commissie Meijers. De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft gereageerd op het aan hem uitgebrachte advies inzake het kinderpardon.

Begin 2013 informeerde de Minister van Veiligheid en Justitie de Tweede Kamer over zijn appreciatie van een notitie van de commissie Meijers uit 2012 over de richtlijn over het recht op toegang tot een raadsman. Tijdens een Algemeen Overleg in februari ging de Kamer uitgebreid in op de notitie van de Commissie Meijers en de reactie van de Minister.

Naar aanleiding van de brief van de commissie Meijers over de EHRM uitspraak in Stamose zijn er vragen aan de Europese Commissie gesteld door het Europees Parlement. De EC hield zich bij de beantwoording van de vragen echter op de vlakte over de rechtmatigheid van Bulgaarse wetgeving inzake het afnemen van reisdocumenten bij overtreding van de migratiewetgeving van EU-lidstaten.

Begin 2013 debatteerde de Tweede Kamer ook over de brief van de commissie Meijers inzake de noodzaak tot het verlenen van toegang tot EURODAC aan strafrechtelijke autoriteiten. Verder wordt de commissie Meijers genoemd in debatten en vragen van de Eerste en Tweede Kamer over strafbaarstelling van illegaliteit, biometrie in de vreemdelingenketen, minimumstraffen, het Europees Openbaar Ministerie en maritieme grensbewaking.

Adviezen van de commissie Meijers inzake het voorstel Slimme Grenzen zijn overgenomen door de werkgroep inzake gegevensbescherming van de Raad van Ministers. De European Data Protection Supervisor, het College Bescherming Persoonsgegevens en het College voor de Rechten van de Mensen verwijzen eveneens naar de commissie Meijers in officiële stukken.

Het Europees Parlement heeft een aantal voorstellen van de commissie Meijers inzake de verordening tot vaststelling van regels bij maritieme grensbewaking overgenomen. Deze zijn in het politieke akkoord van april 2014 (gedeeltelijk) teruggekomen.

Tot slot hebben verschillende NGO’s en media, waaronder dagblad Trouw en de website Geenstijl.nl naar adviezen van de commissie Meijers verwezen.

In totaal hebben, voor zover bekend bij de commissie Meijers, ten minste 16 van de 19 uitgebrachte notities en brieven tot een inhoudelijke reactie van een instantie of discussie tussen parlement en regering of in de media geleid.

 

5. Organisatie

5.1. Secretaris

De secretaris heeft van oudsher een spilfunctie binnen de commissie Meijers. De secretaris verricht inhoudelijke en organisatorische taken. Tot de inhoudelijke werkzaamheden behoren onder meer het schrijven van notities, commentaren, teksten voor de website en brieven met betrekking tot het werkveld van de commissie Meijers. Daarnaast worden de ontwikkelingen binnen de EU op relevante dossiers gevolgd en worden nieuwe thema’s gesignaleerd, waarbij de inzet van de commissie Meijers gewenst is.

Tot de organisatorische werkzaamheden behoren het organiseren van de vergaderingen van de commissie, het bijhouden van de website en samenstellen van rondzendingen met betrekking tot inkomende Kamerstukken, Europese voorstellen en andere relevante documentatie. Tevens worden contacten onderhouden met ambtenaren, (Euro-) parlementariërs en non-gouvernementele organisaties. Daarnaast houdt de secretaris de uitgaven en inkomsten van de Commissie bij in samenwerking met de financiële administratie van FORUM. De secretaris wordt ondersteund door een administratief medewerker.

Tot 1 september 2013 was Inge te Pas secretaris van de commissie Meijers. Sinds die datum vervult Louis Middelkoop deze functie.

 

5.2. Vergaderingen

De Commissie komt ongeveer één keer in de zes weken bijeen. In 2013 is de Commissie zeven maal bijeen geweest (25 januari, 8 maart, 26 april, 14 juni, 6 september, 11 oktober, 13 december 2013)Daarnaast organiseert de Commissie Meijers eens per jaar een Heidag. In 2013 vond deze plaats op 14 juni, aansluitend op de plenaire vergadering. Naast de vergaderingen van de Commissie Meijers, komen de subcommissies incidenteel in aparte vergaderingen bijeen.

 

5.3. Samenstelling

De commissie Meijers was in 2013 als volgt samengesteld:

Vanwege de financierende organisaties zijn lid

FORUM, Instituut voor multiculturele ontwikkeling

Prof. mr. C.A. Groenendijk (voorzitter)

Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland

Prof. mr. R. Fernhout

Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten

Prof. mr. H. Battjes

Nederlandse Orde van Advocaten

Mr. R. van der Hoeven

Mr. H. Jahae

Mr. F. Wassenaar


Stichting Vluchteling-Studenten UAF

Mr. A. van Kampen (tot zomer 2013)

 

Op grond van hun deskundigheid zijn verder lid

Prof. mr. P. Boeles

Mw. mr. dr. E.R. Brouwer

Mw. prof. dr. D.M. Curtin

Mw. mr. dr. K.A.E. Franssen

Mr. dr. M. den Heijer (vice-voorzitter)

Mr. D.C. Houtzager

Prof. dr. P.J.A. de Hert

Prof. mr. A.H. Klip

A. Kruyt (vice-voorzitter)

Mw. mr. dr. T. de Lange (tot april 2013)

Prof. mr. R.A. Lawson

Mr. dr. M.J.J.P. Luchtman

Mw. dr. L. Marin

Prof. mr. P.A. Nollkaemper

Mw. mr. dr. L.A. van Noorloos

Mr. T.J.P. van Os van den Abeelen

Mw. mr. dr. J.W. Ouwerkerk

Mw. mr. dr. A.M. Reneman

Mr. dr. J.J. Rijpma

Prof. mr. P.R. Rodrigues

Prof. mr. Th.A. De Roos

Mw. mr. dr. M.I. Veldt-Foglia (sinds juni 2013)

Prof. dr. G. Vermeulen

Mr. M. Vermeulen

Mw. mr. M. Wijnkoop

Mw. mr. dr. K. Zwaan

 

Secretaris

Mw. mr. I.G. te Pas (tot september 2013)

Mr. drs. L.P. Middelkoop (vanaf september 2013)

 

 

 

 

 

6. Overzicht van publicaties

 

Letter Meijers Committee on the implications of the ECtHR Stamose judgment for visa liberation negotiations

-CM1301 10 januari 2013

 

Notitie Commissie Meijers over het regeerakkoord van oktober 2012

- CM1302 18 januari 2013

 

Memorandum Meijers Committee concerning the Dutch Coalition Agreement concluded on 29 October 2012

- CM1302 6 februari 2013

 

Reactie van de Commissie Meijers op de brief van de regering over het voorstel tot wijziging van de Eurodac Verordening

- CM1303 24 januari 2013

 

Notitie Commissie Meijers EU-informatievoorziening aan het nationale parlement

-CM1304 4 februari 2013

 

Letter Meijers Committee on the recast of the Procedures Directive

-CM1305 11 februari 2013

 

Notitie Commissie Meijers over voorstellen voor slimme grenzen

- CM1306 3 mei 2013

 

Note Meijers Committee on the Smart Borders proposals

- CM1307 3 mei 2013

 

Note Meijers Committee on the proposal for a regulation establishing rules for the surveillance of external sea borders

- CM1308 23 mei 2013

 

Note Meijers Committee on the protection of the euro and other currencies against counterfeiting by criminal law

- CM1309 31 mei 2013

 

Note Meijers Committee on the Proposal for a Directive for entry and residence of TCNs for the purposes of research studies

- CM1310 3 Juni 2013

 

Brief Commissie Meijers aan Staatssecretaris Teeven inzake Kinderpardon en buitenschuld

- CM1311 3 Juni 2013

 

Response Meijers Committee to the Open Consultation- Improving procedures for obtaining short stay Schengen visas

- CM1312 17 Juni 2013

 

Notitie Commissie Meijers aan Minister Timmermans over EU- informatievoorziening aan het nationale parlement

- CM1313 26 juni 2013

 

Note on the proposal for a Directive on the prevention of the use of the financial system for the purpose of money laundering and terrorist financing (COM(2013) 45 final)

- CM1314 20 augustus 2013

 

Note on the proposed Council Regulation on the establishment of the European Public Prosecutor’s Office (COM(2013) 534 final

- CM1315 25 september 2013

 

Note on the Proposed Directive on measures facilitating the exercise of rights conferred on workers in the context of freedom of movement for workers

-CM1316 2 oktober 2013

 

Note on the new Area of Freedom, Security and Justice Multiannual Programme for the period 2015-2020

-CM1317 7 October 2013

 

Prioritaire voorstellen werkprogramma 2014

-CM1318 13 november 2013

 

Reactie oproep rol Tweede Kamer in Europese besluitvorming
-CM1319 14 november 2013

 

1 Zie art. 1 Verdrag van de Europese Unie, art. 15 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en art. 4 lid 3 Verordening 1049/2001. 
2 Richtsnoeren voor de behandeling van interne Raadsdocumenten, Raadsdoc. 11336/11, 9 juni 2011. 
3 Brief van de Minister van Buitenlandse Zaken aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal betreffende toegang Eerste en Tweede Kamer tot interne EU-Raadsdocumenten, 18 januari 2013, TK 2012/13, 22112, nr. 1548. 
4 Verslag van een algemeen overleg over informatievoorziening Europese dossiers op 12 februari 2013, TK 2012/13, 22112, nr.1581. 
5 Geannoteerde agenda Raad Algemene Zaken van 22 april 2013, TK 2012/13, 21501-02, nr.1246. 
6 HvJEU 22 maart 2011, Access Info Europe t. Raad van de Europese Unie, Zaak T-233/09, para. 69. 
7 Brief van de Minister van Buitenlandse Zaken over EU informatievoorziening aan nationale parlementen, 23 augustus 2013.  
8 HvJEU 13 oktober 2013, Access Info Europe t. Raad, Zaak C-280/11 P, para. 74.  
9 Zie paragraaf 3 van “Gezetz über die Zusammenarbeit von Bundesregiering und Deutschem Bundestag in Angelegenheiten der Europäischen Union (EUZBBG)” (http://www.gesetze-im-internet.de/bundesrecht/euzbbg_2013/gesamt.pdf). Voor een Engelstalige versie, zie: http://www.bundestag.de/htdocs_e/bundestag/committees/a21/legalbasis/euzbbg.html  
10 House of Commons European Scrutiny Committee, Reforming the European Scrutiny System in the House of Commons, London, pp. 30 – 33, 93.  
11 Zie: Mededeling van de Commissie, De EU-agenda voor justitie voor 2020 – Meer vertrouwen, mobiliteit en groei binnen de Unie, 11 maart 2014, COM (2014) 144 final; Mededeling van de Commissie, Naar een open en veilig Europa, 11 maart 2014, COM (2014) 154 final; Mededeling van de Commissie, Een nieuw EU-kader ter versterking van de rechtsstaat, 11 maart 2014, COM (2014) 158 final.  
12 EHRM, Stamose t. Bulgarije, 27 november 2012, appl. no. 29713/05.  
13 Mededeling van de Commissie, Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende maatregelen om de uitoefening van de in de context van het vrije verkeer van werknemers aan werknemers verleende rechten te vergemakkelijken, 26 april 2013, COM(2013) 236 final. 
14 Commission Communication, Proposal for a regulation of the European Parliament and of the Council establishing an Entry/Exit System (EES) to register entry and exit data of third country nationals crossing the external borders of the Member States of the European Union, 28 februari 2013, COM(2013) 95 final ; Commission Communication, Proposal for a regulation of the European Parliament and of the Council establishing establishing a Registered Traveller Programme, 28 februari 2013, COM(2013) 97.  
15 Brief van de regering van 3 december 2012 (kst.32317, nr.147).  
16 EHRM, 23 februari 2012, Hirsi Jamaa e.a. t. Italië, nr. 27765/09, r.o. 202, 205 – 206. 
17 De commissie Meijers reageerde begin 2014 op de voorstellen met betrekking tot de rechten van de verdachten.