Jaarverslag 2012

Inleiding
 
In 1990 nam professor dr. Herman Meijers (1923-2000), toen emeritus hoogleraar volkenrecht aan de Universiteit van Amsterdam, naar aanleiding van de onderhandelingen over de Schengen Uitvoeringsovereenkomst, het initiatief voor de oprichting van het samenwerkingsverband van deskundige juristen onder de naam Permanente Commissie van deskundigen in internationaal vreemdelingen-, vluchtelingen- en strafrecht. Sinds 2008 wordt de commissie ook wel aangeduid als de Commissie Meijers.
 
De Commissie Meijers is een onafhankelijke organisatie, ingesteld en ondersteund door de Nederlandse Orde van Advocaten, VluchtelingenWerk Nederland, het Instituut voor Multiculturele Vraagstukken FORUM, Artikel 1 en het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten. In 2010 is het UAF in de plaats van Artikel 1 als ondersteunende organisatie getreden. Sinds januari 1996 is het secretariaat van de Commissie bij FORUM gevestigd.
 
Beweegreden van de juristen en de voornoemde organisaties (of hun rechtsvoorgangers) om in 1990 de Commissie op te richten was, dat zij zich ernstige zorgen maakten over de overmatige geheimhouding rond Europese besluitvorming, het gebrek aan democratische controle (slechts marginale invloed van de nationale parlementen) en het de facto uitschakelen van de kritische analyse door buitenstaanders vanwege het gebrek aan publiek toegankelijke informatie. Het ging daarbij destijds met name om de totstandkoming en inwerkingtreding van de Schengen Uitvoeringsovereenkomst. In dit verdrag werden z.g. compensatoire maatregelengeïntroduceerd. Deze maatregelen, die veelal achter gesloten deuren werden overeengekomen, waren bedoeld om de negatieve neveneffecten die men verwachtte van een gebied met open grenzen en vrij personenverkeer, tegen te gaan. Het ingrijpende karakter van deze maatregelen voor de rechtspositie van burgers van de Europese Unie en van burgers afkomstig uit landen van buiten de EU (derdelanders), zowel zij die aanwezig zijn op het grondgebied van de EU als degenen die toegang willen krijgen tot de EU, was van begin af aan een bron van aanhoudende zorg van de leden van de Commissie.
 
Het doel van de Commissie Meijers was en is nog steeds om zoveel mogelijk beschikbare informatie te achterhalen, om zo voldoende tijdig een wetenschappelijk gefundeerd oordeel te kunnen geven over Europese voorstellen en geplande maatregelen die men nodig acht ter realisatie van het vrij verkeer van personen. Door vroegtijdig te reageren wil de Commissie Meijers een relevante en effectieve factor zijn in de lopende discussie.
 
De laatste jaren richt de Commissie Meijers met name haar aandacht op de ontwerpbesluiten van de EU Raad van ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ-Raad) op het gebied van immigratie-, asiel- en strafrecht en op voorstellen van de Europese Commissie voor de regelgeving ter uitwerking van Titel V inzake de Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Andere onderwerpen waarover de Commissie in het verleden vroegtijdig een
 
standpunt heeft ingenomen zijn het ontwerp voor het Verdrag van Amsterdam, het Grondrechtenhandvest (2000), Europese maatregelen die de Nederlandse rechtsorde raken op het gebied van non-discriminatie, de institutionele hervorming van de Europese Unie en het Europees Grondwettelijk Verdrag.
 
De Commissie Meijers brengt haar commentaren en adviezen - gevraagd en ongevraagd - uit aan het Nederlands parlement, het Europees parlement, de nationale parlementen van andere lidstaten (zoals het House of Lords), de leden van de Nederlandse regering en aan beleidsmakers van de Europese instellingen. De Commissie ziet voor zichzelf een belangrijke taak weggelegd om in een zo vroeg mogelijk stadium, parlementen en het publiek over de inhoud en de juridische gevolgen van de conceptbesluiten te informeren.
 
De belangrijkste leidraden voor de Commissie zijn de centrale waarden van de democratische rechtsstaat: openbaarheid van besluitvorming, parlementaire controle en zeggenschap over wetgeving, controle door een onafhankelijke rechter op de juiste toepassing van wetgeving en de bescherming van de fundamentele rechten van de mens.
 
De Commissie Meijers telde aan het eind van het verslagjaar 33 leden. De leden zijn werkzaam in subcommissies op één of meer van de volgende rechtsgebieden: vreemdelingenrecht, asielrecht, strafrecht, institutioneel recht, privacy- en non-discriminatierecht. De Commissie heeft in 2012 in totaal 18 commentaren verspreid, één publicatie uitgebracht en 9 werkbezoeken afgelegd. In het afgelopen jaar is er minstens 30 keer door de regering, door Kamerleden en in de media verwezen naar de Commissie Meijers.
 
 
Werkzaamheden van de Commissie Meijers in 2012
 
Institutioneel
 
Publicatie “The Principle of Mutual Trust in European Asylum, Migration and Criminal Law: Reconciling Trust and Fundamental Rights ”
Op 6 maart 2012 heeft de voorzitter van de Commissie Meijers in Brussel onder grote belangstelling het eerste exemplaar van de publicatie “The Principle of Mutual Trust in European Asylum, Migration and Criminal Law: Reconciling Trust and Fundamental Rights” aan Mrs Maria Ăsenius, kabinetschef van Commisaris Cecilia Malmström uitgereikt. Deze publicatie is geschreven door drie leden van de Commissie Meijers en de voormalige secretaris van de Commissie (Hemme Battjes, Evelien Brouwer, Jannemieke Ouwerkerk en Paulien de Morree).
In deze publicatie staat de spanning tussen enerzijds het wederzijds vertrouwen tussen lidstaten van de EU bij het erkennen en uitvoeren van elkaars besluiten over burgers en anderzijds de bescherming van fundamentele rechten van die burgers centraal. In de publicatie gaan de auteurs in op de reikwijdte en toepassing van het
 
 
beginsel van wederzijds vertrouwen op vier gebieden van het EU recht: het bepalen van de verantwoordelijkheid voor het behandelen van een asielaanvraag (het Dublin-systeem), de uitwisseling van informatie ten aanzien van geregistreerde ongewenste vreemdelingen (de SIS-signaleringen), besluiten over terugkeer van illegale derdelanders (terugkeerbesluiten en inreisverboden) en de strafrechtelijke samenwerking.
De Commissie Meijers constateert dat het ontbreekt aan mogelijkheden voor het betrokken individu om de veronderstelling van wederzijds vertrouwen aan te vechten. Er moet meer aandacht worden besteed aan de balans tussen wederzijds vertrouwen tussen staten en de bescherming van fundamentele rechten van burgers.
Na de officiële uitreiking aan Mrs Maria Ăsenius vond er een debat plaats tussen medewerkers van de Europese Commissie, het Europees parlement en verschillende NGO’s over de spanning tussen wederzijds vertrouwen en de bescherming van fundamentele rechten. Tijdens dit debat onderstreepte de Commissie Meijers dat er extra waarborgen moeten komen die zorgen dat de verantwoordelijke nationale autoriteiten bij hun besluitvorming de juiste balans vinden tussen overheidsbelangen en fundamentele mensenrechten. Aanbevelingen voor dergelijke waarborgen zijn te lezen in het slot van de publicatie. Een digitale versie van de publicatie is te vinden via www.commissie-meijers.nl, een papieren versie is op te vragen bij het secretariaat.
Na afloop van de bijeenkomst hebben Jannemieke Ouwerkerk, één van de auteurs, en Judith Sargentini (Europarlementariër voor de Groenen) het belang van dit onderwerp in een radio uitzending van BNR Europa toegelicht.
 
Privacy- en Non-discriminatierecht
 
Herziening EU- wetgeving bescherming persoonsgegevens
Op 25 januari 2012 heeft de Europese Commissie voorstellen gepresenteerd tot herziening van de huidige EU Richtlijn 95/46 inzake de bescherming van personen bij de verwerking van hun persoonsgegevens. Dit nieuwe pakket bestaat uit een algemene verordening bescherming persoonsgegevens en een richtlijn die betrekking heeft op de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van politiële en justitiële activiteiten. In een brief van 2 maart 2012 aan de Tweede Kamer toont de Commissie Meijers zich verheugd dat de Kamer een behandelvoorbehoud zal plaatsen bij deze belangrijke voorstellen (CM1206, zie Bijlage IV publicatielijst nr.7). De Commissie Meijers is van mening dat de voorstellen tegemoet komen aan de behoefte de huidige normen inzake gegevensbescherming te actualiseren en is positief over de aanvullingen op bestaande rechten. Wel vraagt de Commissie specifiek aandacht voor drie thema’s die volgens de Commissie Meijers essentieel zijn voor de rechtsbescherming van burgers en op basis van het voorstel tot vragen leiden, namelijk de verwerking van persoonsgegevens in de politiële en justitiële sector, profilering en de rol van de toezichthoudende autoriteiten.
Ten aanzien van het eerste punt betreurt de Commissie dat het huidige voorstel voor een richtlijn lidstaten op veel onderwerpen discretionaire bevoegdheden biedt, waaronder de bevoegdheid om van de in de richtlijn genoemde waarborgen af te wijken. Het voorstel komt zo op gespannen voet te staan met de verplichtingen zoals neergelegd
 
 
in Artikel 8 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie. De Commissie Meijers stelt de Kamercommissie voor hier vragen over te stellen.
Ten aanzien van profilering merkt de Commissie Meijers op dat zowel de voorgestelde Verordening als de Richtlijn een aantal verstrekkende uitzonderingsgronden
bevat op het basisbeginsel dat een individu niet mag worden onderworpen aan maatregelen waaraan rechtsgevolgen zijn verbonden of die hem of haar in aanmerkelijke mate treffen, wanneer dit louter is gebaseerd op geautomatiseerde gegevensverwerking bestemd om bepaalde aspecten van persoonlijkheid, beroepsprestatie, verblijfplaats, gezondheid of andere kenmerken te evalueren. De vele uitzonderingsbepalingen en de resterende discretionaire bevoegdheid leiden ertoe dat de Verordening en de Richtlijn onvoldoende waarborgen bieden ter bescherming van Artikel 7 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, Artikel 8 EVRM en het discriminatieverbod in Artikel 14 EVRM en Artikelen 20 en 21 van het Handvest.
Ten slotte, merkt de Commissie Meijers op dat de taken van de nationale en Europese toezichtorganen zijn toegenomen, terwijl de capaciteiten en financiële mogelijkheden van deze organen niet of nauwelijks zijn verruimd.
In een brief aan de Eerste en Tweede Kamer reageert de Minister op de brieven van de Commissie Meijers en het College Bescherming Persoonsgegevens (zie Bijlage V nr.4, waar de brief integraal is opgenomen).1 De Minister maakt in deze brief duidelijk, dat hij zich kan vinden in het voorstel van de Europese Commissie gegevensbescherming in het kader van politiële en justitiële activiteiten in een aparte richtlijn op te nemen, omdat het de nodige flexibiliteit biedt bij de tenuitvoerlegging op nationaal niveau. De Minister is het niet eens met de Commissie dat de richtlijn een te laag niveau van bescherming biedt. Ook deelt de Minister de mening van de Commissie Meijers niet dat de voorstellen onvoldoende waarborgen bevatten ten aanzien van profileren. Ten slotte, is de Minister van mening dat, gezien de huidige economische situatie, een verhoging van het budget van de toezichthoudende autoriteiten niet gepast is. De Kamers lijken geen genoegen te nemen met de antwoorden van de Minister. Er komen vervolgvragen van de Eerste Kamer en ook met de Tweede Kamer wordt er uitgebreid schriftelijk overleg gevoerd.2 Op 3 juli 2012 voert de Tweede Kamer een algemeen overleg met de minister dat in zijn geheel gewijd is aan de herziening van de EU- wetgeving inzake bescherming persoonsgegevens.3 Naar aanleiding van dit debat zijn moties ingediend- en aangenomen- waarin de regering onder andere wordt verzocht ervoor zorg te dragen dat de Verordening voldoet aan het doelbindingsbeginsel.4
Op 23 november 2012 stuurt de Commissie Meijers een brief aan de LIBE- Comissie van het Europees Parlement (CM1212, zie Bijlage IV publicatielijst nr.18). In deze brief herhaalt de Commissie de zorgen die ook in de brief aan de Tweede Kamer zijn geuit. Verder stelt de Commissie amendementen voor op de voorgestelde
 
Verordening en Richtlijn. In het ontwerpverslag van de rapporteur, gepresenteerd op 17 december 2012, zijn enkele van deze suggesties voor amendementen in het ontwerpverslag opgenomen. De rapporteur heeft nu het mandaat de onderhandelingen met de EU Raad van Ministers te starten. Het valt te bezien in hoeverre de argumenten voor een sterke privacy bescherming overeind blijven, nu er veel belangen bij zijn betrokken en er een krachtige lobby gaande is vanuit de Verenigde Staten.
 
Vreemdelingenrecht
 
De samenhang tussen het inreisverbod en de SIS- signalering: een urgente oproep tot het aanpassen van de Terugkeerrichtlijn en de SIS II Verordening
In een brief aan de Europese Commissie wijst de Commissie Meijers op een wetgevingstekort in de relatie tussen het inreisverbod in de Terugkeerrichtlijn (2008/115/EC) en de SIS- signalering in het Schengen Informatie systeem van de tweede generatie (Verordening 1987/2006) (CM1203, zie Bijlage IV publicatielijst nr.4). Beide maatregelen leiden tot verbod van toegang en verblijf op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie, maar er is geen duidelijke verbinding tussen de twee maatregelen en de criteria om te maatregelen te kunnen inzetten zijn aanzienlijk verschillend. De Commissie Meijers acht het van belang de regelingen in overeenstemming te brengen, niet alleen ten behoeve van de derdelander die te maken krijgt met een inreisverbod en/of een SIS- signalering maar ook ten behoeve van de lidstaten die nu EU wetgeving moeten implementeren die dubbelzinnig, onduidelijk en zelfs tegenstrijdig is.
Een inreisverbod kan alleen effect hebben met betrekking tot de toegang tot andere lidstaten als het inreisverbod vergezeld wordt door een SIS- signalering. Indien er geen SIS-signalering is, hoe kan een lidstaat dan immers weten dat een derdelander een inreisverbod heeft opgelegd gekregen in een andere lidstaat? Nu een inreisverbod, om effect te hebben in andere lidstaten, altijd gepaard moet gaan met een SIS- signalering moeten de criteria voor het mogen opleggen van deze maatregelen ook in samenhang worden toegepast. Het is verdedigbaar dat dit betekent dat een SIS- signalering niet is toegestaan wanneer een inreisverbod ook niet mag worden opgelegd en vice versa. De Commissie Meijers vreest voor het risico dat lidstaten voor een cumulatieve benadering zullen kiezen: indien de ene bepaling geen opties biedt voor een verbod tot toegang er uitkomst zal worden gezocht in de criteria van de andere bepaling.
De Commissie Meijers stelt in deze notitie amendementen voor om de teksten van beide richtlijnen in overeenstemming te brengen, zodat een inreisverbod altijd vergezeld wordt van een registratie in de SIS en dat de criteria voor het toepassen van beide maatregelen hetzelfde zijn. Ook vindt de Commissie Meijers het enkele feit dat een derdelander de nationale immigratie regels overtreedt onvoldoende grond voor het opleggen van een inreisverbod en een SIS- signalering. De Commissie stelt dan ook voor deze mogelijkheid uit de EU- wetgeving te verwijderen.
In een reactie op de brief van de Commissie Meijers geeft de Europese Commissie aan dat zij bekend is met de in de notitie beschreven problematiek (zie Bijlage
 
V nr.2, waar de brief integraal is opgenomen). In een eerstvolgende evaluatie van de Richtlijn en de Verordening zal het gebrek aan samenhang aangekaart worden. De Gemeenschappelijke controleautoriteit van Schengen (GCA) laat in een brief van 11 december 2012 weten de zorgen van de Commissie Meijers te ondersteunen (zie Bijlage V nr.8, waar de brief integraal is opgenomen).
 
Voorstel voor een verordening betreffende de oprichting van het Europees grensbewakingssysteem Eurosur (COM (2011) 873)
Op 12 december 2011 heeft de Europese Commissie een Verordening voorgesteld betreffende de oprichting van het Europees grensbewakingssysteem Eurosur. Dit grensbewakingssysteem wordt opgezet om de informatie uitwisseling en operationele samenwerking tussen de nationale autoriteiten van de lidstaten en Frontex te versterken met als het doel het opsporen en voorkomen van illegale migratie en grensoverschrijdende criminaliteit en het beschermen en redden van levens van migranten aan de buitengrenzen van de EU.
In de aanloop naar de stemming over het ontwerpverslag van de rapporteur in de LIBE- Commissie van het Europees Parlement, reageert de Commissie Meijers op het voorstel tot oprichting van Eurosur (CM1215, zie Bijlage IV publicatielijst nr.13). In deze brief uit de Commissie haar twijfels over de noodzakelijkheid en efficiëntie van Eurosur, zeker gezien het feit dat Eurosur veel geld gaat kosten. Tevens maakt de Commissie zich ernstig zorgen over de gevolgen van de oprichting van Eurosur voor de bescherming van de fundamentele rechten van asielzoekers en migranten; toenemende bewaking aan de grens zal invloed hebben op migratieroutes, maar het weren van migranten doet niet af aan het migratie potentieel dat bestaat en de noodzaak bescherming te bieden aan de mensen die recht op asiel hebben. In het NRC Handelsblad en de NRC Next licht de Commissie Meijers dit standpunt toe: “Toen Spanje de Straat van Gibraltar afsloot, namen Afrikaanse vluchtelingen de veel gevaarlijkere route via de Canarische eilanden”.5 De Commissie vreest dus dat Eurosur alleen maar meer migrantenlevens zal kosten.
Verder maakt de Commissie Meijers in de brief aan de LIBE- Commissie opmerkingen over de voorstellen voor amendementen door de rapporteur en de stand van de onderhandelingen in de Raad. Zo merkt de Commissie op dat in de laatste Raadsversies van het voorstel het beschermen en redden van levens van migranten als doelstelling van Eurosur uit de tekst is verdwenen. De Commissie Meijers vindt dat zowel in de preambule als in artikel 1 de bescherming van levens van migranten ook als doelstelling moet worden opgenomen. Tevens merkt de Commissie op dat nu Eurosur een beter beeld gaat geven van wat er zich aan de grenzen afspeelt, dit ook betekent dat de lidstaten een grotere verantwoordelijkheid hebben onder het Vluchtelingenrecht en het zeerecht, met name ten aanzien van het zoeken en redden van levens op zee. Dit wordt ook toegelicht door Jorrit Rijpma (lid Commissie Meijers) in een uitzending van radio 5: “Eurosur geeft misschien wel een beter beeld van wat zich aan de grenzen afspeelt, maar nergens wordt in Eurosur geregeld wie de verantwoordelijkheid krijgt over het redden van deze mensen.”6
 
Met betrekking tot het recht op privacy, ondersteunt de Commissie Meijers het amendement van de rapporteur dat de uitwisseling van persoonsgegevens met derde landen moet worden verboden en dat de evaluatie van Eurosur ook de verwerking en uitwisseling van persoonsgegevens van migranten moet omvatten. Ook acht de Commissie het van belang dat het Europees Parlement wordt geïnformeerd over bilaterale of multilaterale overeenkomsten met derde landen ten aanzien van het voorkomen van illegale migratie en grensoverschrijdende criminaliteit.
Ten slotte, stelt de Commissie Meijers dat de toegevoegde bepaling door de Raad over de samenwerking met het Verenigd Koninkrijk en Ierland verwijderd moet worden, omdat de ontwerpverordening gebaseerd is op het Schengenacquis. Nu het Verenigd Koninkrijk en Ierland niet deelnemen aan Schengen, heeft de bepaling over samenwerking geen rechtsgrondslag.
In een brief van 12 oktober 2012 heeft de Eerste Kamer de suggesties en opmerkingen van de Commissie Meijers overgenomen en voorgelegd aan de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel (zie Bijlage V nr.6, waar de brief integraal is opgenomen).7 De Staatssecretaris voor Veiligheid en Justitie geeft een reactie op deze brief op 15 november 2012.8 In deze brief geeft hij aan dat de regering zich zal inspannen het beschermen en redden van migrantenlevens in de doelstellingen van Eurosur te laten opnemen en de verwerking en uitwisseling van persoonsgegevens van migranten in de evaluatie van Eurosur te laten opnemen. Wel maakt hij duidelijk dat hij de samenwerking met het Verenigd Koninkrijk en Ierland ondersteunt en de uitwisseling van persoonsgegevens onder strikte voorwaarden.
Op 27 november 2012 heeft de LIBE Commissie het ontwerprapport en de amendementen aangenomen. In het aangenomen rapport is onder andere het beschermen en redden van de levens van migranten als doelstelling opgenomen en is het uitwisselen van persoonsgegevens met derde landen verboden. Ook is de verplichting te rapporteren aan de Europese Commissie en het Europees parlement over overeenkomsten met derde landen betreffende het opsporen en redden van levens van migranten en het voorkomen van illegale migratie en grensoverschrijdende criminaliteit in het rapport opgenomen.
Hoewel over belangrijke punten nog onderhandeld wordt, zoals de doelstellingen van Eurosur, dataprotectie en de samenwerking met derde landen, is de verwachting dat er in de eerste helft van 2013 overeenstemming zal worden bereikt over Eurosur en dat het systeem mogelijk in 2013 nog operationeel wordt.9
 
Asielrecht
 
Herziene voorstellen voor de Procedurerichtlijn (COM(2011) 319), de Dublinverordening COM (2008) 820) en de Opvangrichtlijn (COM(2011) 320)
De Commissie Meijers heeft in 2012 meerdere malen gereageerd op de ontwikkeling van het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel (CM1205, Bijlage IV nr. 6 op de lijst publicaties in dit jaarverslag, CM1207, zie Bijlage IV publicatielijst nr.8 en CM1209, zie Bijlage IV publicatielijst nr.10).
In brieven aan de Tweede Kamer en de LIBE Commissie van het Europees Parlement gaat de Commissie in op het voorgestelde vroegsignaleringssysteem in de Dublinverordening. Dit systeem verplicht lidstaten ieder kwartaal te rapporteren over met name de asielinstroom. Indien de informatie uit de rapportage reden tot bezorgdheid geeft wordt er een actieplan uitgevoerd. De Commissie Meijers ondersteunt de verplichting voor lidstaten om op regelmatige basis te rapporteren, maar merkt wel op dat instroomcijfers op zichzelf niet zoveel zeggen, met name niet over de vraag of de fundamentele rechten van asielzoekers worden geëerbiedigd. De Commissie vindt daarom dat in de statistieken aandacht moet worden besteed aan de duur van de procedure, detentieomstandigheden en opvangcapaciteit in relatie tot instroom. Verder vraagt de Commissie zich af of het voorgestelde systeem een oplossing biedt wanneer de gebreken in de asielprocedure niet veroorzaakt worden door een grote instroom van asielzoekers. Ook roept de Commissie op tot het openbaar maken van de rapportages van de lidstaten. Verder wordt opgemerkt dat de Dublinverordening niet langer een bepaling bevat over automatisch schorsende werking van het beroep.
Ten aanzien van de onderhandelingen over de Procedurerichtlijn maakt de Commissie zich zorgen over de inzet van de Raad de rechten van asielzoekers om op het grondgebied te verblijven bij opvolgende aanvragen te beperken. De Commissie merkt op dat dit mogelijk in strijd is met het verbod van refoulement en het recht op asiel (Artikel 18 EU- Handvest, Artikel 19 Kwalificatierichtlijn en Artikel 3 EVRM) en het recht op een effectief rechtsmiddel (Artikel 47 EU- Handvest en Artikel 46 van het herziene voorstel voor de Procedurerichtlijn).
Ten slotte, signaleert de Commissie dat de detentiebepalingen in de Opvangrichtlijn en de Dublinverordening teveel vrijheid aan de lidstaten laten om asielzoekers in detentie te houden. Als voorbeeld noemt de Commissie het bestaan van een risico op onderduiken als grond voor detentie. De Commissie vindt dat er voor asielzoekers extra waarborgen moeten worden opgenomen, zoals ten aanzien van de duur van detentie en detentie van alleenstaande minderjarige vreemdelingen en gezinnen met kinderen. In het algemeen merkt de Commissie op dat het de voorkeur zou genieten een wetgevingstechniek te hanteren waarbij de algemene normstelling in één Europees instrument is neergelegd (de Terugkeerrichtlijn), terwijl noodzakelijk geachte afwijkingen in de overige instrumenten (Dublinverordening, Opvangrichtlijn) worden opgenomen.
In de algemene overleggen in de Tweede Kamer over de JBZ- Raden roepen verschillende Kamerleden op dat het vroegsignaleringssystem ook informatie moet bevatten over de schending van de fundamentele rechten van asielzoekers in de betreffende lidstaten en dat detentie alleen mogelijk mag zijn in zeer uitzonderlijke gevallen.10
De Dublinverordening en de Opvangrichtlijn zijn inmiddels uit onderhandeld, maar nog niet formeel aangenomen. Hoewel in de onderhandelingen over de Opvangrichtlijn de waarborgen rond detentie iets zijn verbeterd, bijvoorbeeld wat betreft de detentie van minderjarigen, hebben de lidstaten nog steeds veel vrijheid asielzoekers in detentie te houden. Zo is er geen maximale tijdsduur vastgelegd in de Opvangrichtlijn en mag een asielzoeker in detentie worden gesteld wanneer er een risico op onderduiken is.11 In de Dublinverordening wordt er meer aandacht besteed aan de fundamentele rechten van asielzoekers in het vroegsignaleringssysteem. Ook is er automatisch schorsende werking van het beroep, maar geen gratis rechtsbijstand wanneer er geen sprake is van een “ tangible prospect of success”. Tevens zijn er voor de duur van de detentie onder de Dublinverordening strengere criteria vastgelegd.12
 
Gewijzigd voorstel Eurodac met de mogelijkheid tot toegang voor rechtshandhavingsinstanties en Europol (COM (2012) 254)
Eurodac is een Europees datasysteem dat is ingesteld om de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Dublinverordening mogelijk te maken. Sinds 2007 is in Brussel meerdere malen gesproken over uitbreiding van de toegang tot Eurodac om ook gebruik door rechtshandhavingsinstanties en Europol mogelijk te maken. De Commissie Meijers heeft zich de afgelopen jaren in verschillende brieven en notities alsmede op een hoorzitting van de Europese Commissie uitgesproken tegen dit voornemen. Door de veelheid aan kritiek op dit voorstel, is het opnemen van deze mogelijkheid in Eurodac lange tijd afgewend. De Raad bleef echter de Commissie verzoeken de toegang voor opsporingsautoriteiten wel in een nieuw voorstel op te nemen, waardoor de onderhandelingen lange tijd hebben stilgelegen. Op 30 mei 2012 komt de Europese Commissie met een nieuw voorstel, die zoals verwacht, de mogelijkheid bevat toegang te krijgen tot Eurodac voor rechtshandhavingsinstanties en Europol.13
In een brief van 10 oktober 2012 aan de LIBE Commissie van het Europees Parlement herhaalt de Commissie Meijers de zorgen die ook in eerdere brieven van de Commissie zijn geuit (zie Bijlage IV publicatielijst nr.16).14 Het verschaffen van toegang in het kader van rechtshandhaving druist in tegen fundamentele principes van databescherming, zoals het proportionaliteitsbeginsel en respect voor de doelbeperking. Ook worden hierdoor de fundamentele rechten, waaronder het recht op privacy, het recht op asiel en bescherming tegen marteling en onmenselijke behandeling, van asielzoekers en migranten wiens vingerafdrukken in het systeem worden opgenomen geschonden.
 
Ten slotte, wijst de Commissie Meijers op het stigmatiserende effect van het voorstel; immers, het beschikbaar stellen van data uit Eurodac voor opsporingsdoeleinden betekent dat er toegang komt tot data van één groep personen, die ook nog in een kwetsbare positie verkeert.
Gezien de politieke realiteit en de aanmerkelijke kans dat het voorstel nu wel wordt aangenomen, raadt de Commissie Meijers niet alleen aan het voorstel te verwerpen, maar stelt ook amendementen voor mocht het voorstel wel worden aangenomen.
Ten eerste maakt de Commissie Meijers opmerkingen over de waarborgen rond toegang voor opsporingsautoriteiten. Zo adviseert de Commissie de definitie van “aangewezen autoriteiten” die toegang tot Eurodac mogen krijgen verder te beperken en de criteria voor toegang door Europol overeenkomstig te maken aan de criteria voor toegang door rechtshandhavingsinstanties. Ook adviseert de Commissie dat de toezichthoudende autoriteiten voldoende financiële en personele middelen krijgen om hun toezichthoudende taken goed te kunnen uitoefenen.
Ten tweede maakt de Commissie Meijers opmerkingen over het bewaren van de Eurodac data. Nu de vingerafdrukken onder het huidige voorstel ook voor andere doelstellingen worden gebruikt, is het des te meer van belang dat er efficiënte procedures worden ontwikkeld voor de automatische verwijdering van data en dat er strenge en korte tijdslimieten komen voor het bewaren van data. Het komt nog te vaak voor dat data langer worden bewaard dan nodig is, zoals ook blijkt uit recente rapporten van de EDPS. Specifiek maakt de Commissie Meijers zich zorgen over het voorstel data niet meer af te schermen wanneer een asielzoeker internationale bescherming heeft gekregen, maar de data enkel te markeren. De consequentie is dat data van personen die internationale bescherming hebben verkregen kunnen worden toegezonden aan lidstaten die om een vergelijking vragen, terwijl dit onder de huidige Eurodac Verordening niet mogelijk is. Het is onduidelijk of die data ook kunnen worden toegezonden wanneer rechtshandhavingsinstanties of Europol om een vergelijking te vragen. Dit laatste zou in elk geval niet mogelijk moeten zijn.
Zoals verwacht heeft de LIBE Commissie van het Europees Parlement op 19 december 2012 het voorstel voor een Eurodac Verordening aangenomen en is de toegang voor opsporingsdoeleinden een feit. Wel heeft de LIBE Commissie de waarborgen voor toegang aangescherpt, strenge en korte tijdslimieten voor het bewaren van data opgenomen en een bepaling over de middelen van toezichthoudende autoriteiten toegevoegd. Ook heeft de LIBE Commissie de bepaling over het afschermen van data bij de toekenning van internationale bescherming weer toegevoegd en de bepaling over het markeren van data verwijderd, zoals is gesuggereerd door de Commissie Meijers.
Op nationaal niveau is het herziene voorstel voor een Eurodac Verordening uitgebreid bediscussieerd. In het algemeen overleg over de JBZ- Raad van oktober refereren meerdere Kamerleden aan de fundamentele kritiek van de Commissie Meijers en het EDPS op het voorstel en belooft de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel geen onomkeerbare stappen te zetten in de JBZ- Raad.15 De Minister en Staatssecretaris voor Veiligheid en Justitie reageren in aanloop naar de bespreking van de JBZ- Raad in december in een brief op de kritiekpunten van de Commissie Meijers en de EDPS (zie
 
Bijlage V nr.7 waar de brief integraal is opgenomen).16 Zij vinden dat Eurodac voldoende garanties biedt voor een zorgvuldige toepassing en onderschrijven de kritiek niet.
Op zowel Europees als nationaal niveau zet de discussie zich verder voort in 2013. Op 31 januari 2013 is er een apart algemeen overleg gehouden over Eurodac. Ten behoeve van dit overleg heeft de Commissie Meijers weer gereageerd op de brief van de regering, waar vervolgens de regering weer op heeft gereageerd.17 In dit algemeen overleg heeft de Staatssecretaris beloofd dat hij zich in de eerstvolgende JBZ- Raad zal inzetten voor een bepaling dat er in de evaluatie van Eurodac aandacht wordt besteed aan mogelijke stigmatiserende effecten. Ook heeft de Staatssecretaris een wijziging toegezegd die voorziet in een extra toets door de rechter-commissaris. De verwachting is dat Eurodac snel zal worden aangenomen. Indien de onderhandelingen over de Procedurerichtlijn ook zijn afgerond dan is het Gemeenschappelijk Europees Asiel Systeem een feit.
 
Strafrecht
 
Ontwerprichtlijn recht op een advocaat en communicatie in strafrechtelijke procedures (COM (2011) 326)
In 2012 heeft de Commissie Meijers wederom aandacht gevraagd voor de ontwikkelingen in de onderhandelingen met betrekking tot de ontwerprichtlijn recht op een advocaat en communicatie in strafrechtelijke procedures.18 In een brief aan de Tweede Kamer en aan de LIBE Commissie van het Europees Parlement uit de Commissie haar zorgen over de recente Raadsversie van het voorstel (CM1210, zie Bijlage IV publicatielijst nr.11 en CM1211, zie Bijlage IV publicatielijst nr.12).
De Commissie Meijers vindt dat de reikwijdte van de ontwerprichtlijn moet worden verduidelijkt. Zo merkt de Commissie op dat de Raadsversie lichte strafbare feiten in een aantal situaties niet onder het toepassingsbereik van de richtlijn brengt, namelijk in het geval waar een licht strafbaar feit buitengerechtelijk wordt afgedaan. De richtlijn vindt dan pas toepassing in de procedure voor de strafrechter waarin de verdachte zich tegen de buitengerechtelijke afdoeningsbeslissing verzet. Tevens is de richtlijn enkel van toepassing bij lichte strafbare feiten die door de strafrechter worden afgedaan in de procedure voor de strafrechter. Het moet daarbij gaan om lichte strafbare feiten waarvoor geen vrijheidsbenemende sanctie kan of zal worden opgelegd. De Commissie Meijers maakt zich zorgen over deze bepalingen en raadt aan te verduidelijken wat er moet worden verstaan onder lichte strafbare feiten, anders bestaat immers het risico dat de uitoefening van de betreffende rechten niet in de gehele Europese Unie op gelijk niveau wordt gewaarborgd.
De Commissie vraagt ook om verduidelijking van de rol van de raadsman. Zo raadt de Commissie onder andere aan de definitie van de ‘participerende’ raadsman te verduidelijken, de uitzonderingsbepaling op de vertrouwelijkheid van de communicatie
tussen de verdachte en diens advocaat te specificeren en het criterium voor het tijdelijk uitstellen van de uitoefening van de rechten in de richtlijn specifieker te maken. De Commissie Meijers vreest dat zonder deze verduidelijkingen afbreuk wordt gedaan aan de rechten die de richtlijn beoogt te regelen.
Op 12 juli 2012 neemt de LIBE Commissie in oriënterende stemming het ontwerprapport van de rapporteur aan.19 In het rapport zijn amendementen aangenomen die tegemoet komen aan de zorgen van de Commissie Meijers. Wel is de toepassing van de richtlijn uitgesloten bij lichte strafbare feiten, wanneer het gaat om een buitengerechtelijke afdoening, maar is het voorstel van de Raad niet overgenomen om lichte strafbare feiten uit te sluiten die door de strafrechter worden afgedaan in de procedure voor de strafrechter. In het algemeen overleg over de JBZ- Raad van 7 en 8 juni 2012 verzoekt de Kamer om een schriftelijke reactie van de Minister voor Veiligheid en Justitie op de vragen van de Commissie Meijers.20 In een brief aan de Tweede Kamer reageert de Staatssecretaris voor Veiligheid en Justitie op de opmerkingen van de Commissie Meijers en Amnesty International (zie Bijlage V nr.5 waar de brief integraal is opgenomen).21 Uit deze brief blijkt dat hij de zorgen van beide organisaties niet deelt, maar dat hij deze wel zal meenemen in de verdere onderhandelingen.
De onderhandelingen op Europees niveau verlopen langzaam, nu het Europees Parlement niet meegaat in het voorstel van de Raad de richtlijn buiten toepassing te laten bij lichte strafbare feiten die door de strafrechter worden afgedaan in de procedure voor de strafrechter en waarop geen vrijheidsbenemende sanctie kan worden gelegd. Het is met name Nederland die in de Raad ageert voor deze uitsluiting.
In een brief aan de Tweede Kamer reageert de Commissie Meijers op dit standpunt van de Nederlandse regering over lichte strafbare feiten (CM1219, zie Bijlage IV publicatielijst nr.19). De Commissie vreest op basis van de voorgestelde tekst dat alle zaken onder het zogenaamde ZSM- project buiten het bereik van de richtlijn gaan vallen. Doel van dit project is om circa 60% van de strafzaken die nu nog aan de rechter worden voorgelegd in het vervolg door het OM te laten afdoen. Verder betwijfelt de Commissie Meijers of het categorisch uitsluiten van lichte strafbare feiten, zoals nu voorgesteld in de richtlijn, de toets van Artikel 6 EVRM kan doorstaan. In lijn met de opinie van de Raad van Europa beveelt de Commissie Meijers aan om in de richtlijn duidelijk te maken dat Artikel 6 EVRM bepalend is voor de vraag tot hoever het recht op toegang tot een advocaat zich uitstrekt bij lichte strafbare feiten. De Commissie Meijers kan zich vinden in het voorstel van de Nederlandse regering de richtlijn van toepassing te laten zijn in alle fases van de strafprocedure wanneer een verdachte van zijn vrijheid is beroofd, maar merkt ook op dat in situaties waarin een verdachte niet van zijn vrijheid is beroofd de richtlijn duidelijk dient te maken dat te allen tijde moet worden voldaan aan de vereisten van Artikel 6 EVRM.
 
In het algemeen overleg van de Tweede Kamer op 5 december 2012 over de JBZ- Raad verzoekt de heer de Wit om een schriftelijke reactie van de Minister van Veiligheid en Justitie op de opmerkingen van de Commissie Meijers.22 Deze reactie komt op 15 januari 2013.23 In deze brief maakt de Minister duidelijk dat de Nederlandse regering er naar streeft dat in alle gevallen waar een verdachte van zijn vrijheid wordt beroofd er recht is op een raadsman, ook wanneer een zaak wordt afgedaan binnen het ZSM- project. Ook maakt de Minister duidelijk dat misdrijven in geen geval als lichte strafbare feiten zullen worden aangemerkt en dus niet worden uitgesloten van de richtlijn, ook niet in het geval van buitengerechtelijke afdoening. Ten slotte, onderschrijft de Minister de opmerking van de Commissie Meijers dat de definitie van lichte strafbare feiten voldoende duidelijk moet zijn. De Minister denkt alleen niet dat de uitsluiting van lichte strafbare feiten zoals nu voorzien in strijd is met Artikel 6 EVRM.
Uit de huidige stand van de onderhandelingen blijkt dat de richtlijn altijd van toepassing zal zijn wanneer er sprake is van vrijheidsontneming en er in geen geval afbreuk kan worden gedaan aan de rechten zoals beschermd in Artikel 6 EVRM.
 
Impact Commissie Meijers
 
De Commissie Meijers heeft in 2012 zowel op Europees als nationaal niveau veel weten te bereiken. In debatten in de Eerste en Tweede Kamer, in brieven van de regering en de Eerste en Tweede Kamer en in verschillende media wordt er vaak aan standpunten van de Commissie Meijers gerefereerd. In 2012 is dat minstens 30 keer gebeurd (zie bijlage I op pagina 20).
Zo heeft de Commissie op verschillende momenten in het nationale debat de juridische gevolgen van belangrijke Europese voorstellen onder de aandacht van de Kamerleden gebracht, die er vervolgens kritische vragen over hebben gesteld aan de regering in debatten en in brieven (zie voor een overzicht van de debatten waarin aan standpunten van de Commissie Meijers is gerefereerd bijlage I op pagina 20 en voor de brieven bijlage V op pagina 99). De regering heeft in brieven uitgebreid op de opmerkingen van de Commissie Meijers gereageerd wat betreft de richtlijn recht op een advocaat, de toegang voor opsporingsautoriteiten tot de data in Eurodac en de herziening van de EU wetgeving bescherming persoonsgegevens; zie voor vier van zulke brieven van de regering bijlage V op pagina 99. De inhoud van die brieven werd hierboven besproken.
Via het voorstellen van amendementen op ontwerprichtlijnen- en verordeningen weet de Commissie Meijers effectieve invloed uit te oefenen op de onderhandelingen over de richtlijn (zie de bespreking hierboven). Geregeld worden deze voorstellen voor amendementen overgenomen door het Europees Parlement in de onderhandelingen. De Europese Commissie gaat in haar reacties uitgebreid in op de punten van zorg die de Commissie Meijers in haar brieven had genoemd (zie de drie brieven van de Europese Commissie in bijlage V op pagina 99).
 
Werkbezoeken en andere externe activiteiten
 
In 2012 heeft de Commissie Meijers diverse werkbezoeken afgelegd. Op 9 februari 2012 heeft Peter Rodrigues namens de Commissie Meijers deelgenomen aan een rondetafel in de Tweede Kamer over het Groenboek Gezinshereniging (zie Bijlage IV CM1202, publicatielijst nr.3). Op 6 maart 2012 heeft de Commissie Meijers in Brussel onder veel belangstelling de publicatie “the Principle of Mutual Trust in European Asylum, Migration and Criminal Law” gepresenteerd (zie voor een beschrijving van deze dag en de inhoud van het boekje paragraaf 2.1).
Voorts heeft een delegatie van de Commissie Meijers op 12 maart 2012 gepraat met het nieuwe Collegelid van het College Bescherming Persoonsgegevens Wilbert Tomesen en een beleidsmedewerker. In dit gesprek is over de herziening van de EU wetgeving bescherming persoonsgegevens gesproken, specifiek de voorstellen over profilering, de relatie tussen de Verenigde Staten en Europa met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens en de prioriteiten van het CBP in de komende tijd. Op 14 maart 2012 heeft een delegatie van de Commissie Meijers gesproken met Ard van der Steur, Tweede Kamerlid voor de VVD. In dit gesprek zijn de ontwikkelingen met betrekking tot de onderhandelingen over de richtlijn recht op een advocaat, het voorstel voor een Europees Openbaar Ministerie en de status van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens besproken.
Op 31 mei en 1 juni heeft een delegatie van de Commissie Meijers deelgenomen aan het European Integration Forum over het Groenboek Gezinshereniging. Naar aanleiding van de reacties op het Groenboek en de uitkomst van deze bijeenkomst, heeft de Europese Commissie besloten niet met een voorstel te komen voor herziening van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Een delegatie van de Commissie Meijers heeft op 7 november 2012 deelgenomen aan een expertbijeenkomst in het Europees Parlement over de evaluatie van het Stockholm- programma. Voorts heeft de Commissie Meijers op 13 november 2012 gesproken met Stans Goudsmit en Carina van Eck, beiden leden van het recent opgerichte College voor de Rechten van de Mens. Besproken onderwerpen zijn de samenwerking tussen het College en de Commissie Meijers, de prioritaire dossiers van het College, de werkzaamheden van het College op internationaal en Europees vlak en het regeerakkoord van 2012.
Op 4 december 2012 heeft een delegatie van de Commissie Meijers gesproken met het secretariaat van de LIBE Commissie van het Europees Parlement. Tijdens deze bijeenkomst zijn afspraken gemaakt over het uitwisselen van informatie tussen de Commissie Meijers en het secretariaat en is er gesproken over verschillende Europeesrechtelijke dossiers op het gebied van immigratie, asiel en privacy wetgeving.
Ten slotte, heeft op 5 december 2012 de Commissie Meijers gesproken met Europarlementariër Dennis de Jong over de ontwerpresolutie van het Europees Parlement over een EU- aanpak van het strafrecht.
 
Het secretariaat van de Commissie Meijers
 
Het secretariaat van de Commissie Meijers heeft van oudsher een belangrijke taak bij de verzameling en het doorgeven van informatie over de ontwikkelingen op het werkterrein van de Commissie. Het secretariaat verzorgt de redactie en de verzending van de
 
commentaren en brieven van de Commissie Meijers aan de bewindslieden en parlementsleden. Het secretariaat vervult tevens een spilfunctie voor de contacten tussen de Commissie en andere non-gouvernementele organisaties in Nederland en buitenland. Het fungeert verder als bron van informatie op het werkterrein van de Commissie voor individuele personen en organisaties binnen en buiten Nederland. Het secretariaat wordt bemand door de secretaris en een administratief medewerker. Het secretariaat wordt vervuld door mr. I.G. te Pas.
 
4 Vergaderingen
 
De Commissie komt ongeveer één keer in de zes weken bijeen. In 2012 is de Commissie zeven maal bijeen geweest (20 januari, 9 maart, 27 april, 15 juni, 7 september, 5 oktober en 14 december). Daarnaast organiseert de Commissie Meijers eens per jaar een Heidag. In 2012 vond deze plaats op 15 juni, aansluitend op de plenaire vergadering. Naast de vergaderingen van de Commissie Meijers, komen de subcommissies incidenteel in aparte vergaderingen bijeen.
 
5 Publicaties
 
De tekst van de publicatie “The Principle of Mutual Trust in European Asylum, Migration and Criminal Law” (zie voor een beschrijving hierboven onder paragraaf 2.1) is terug te vinden via de website van de Commissie: www.commissie-meijers.nl. De publicatie kan ook worden opgevraagd bij het secretariaat.
 
De volledige tekst van de hierboven beschreven commentaren treft u aan in de hierna bijgevoegde publicatielijst, evenals de commentaren die niet hierboven beschreven zijn. De commentaren zijn ook toegankelijk via de website van de Commissie Meijers.
 
 
Voor de overige publicaties kunt u contact opnemen met het secretariaat van de Commissie Meijers.
 
Postbus 201
3500 EA Utrecht
tel: 030 - 297 43 28
fax: 030 - 296 00 50
e-mail: cie.meijers@forum.nl
 
 
Bijlage I Verwijzingen naar de Commissie Meijers in 2012
 
 
B. van Mourik., Parlementaire controle op Europese Besluitvorming, Wolf Legal Publishers 2012, p.53. Verslag algemeen inzake over Nieuwe Commissie voorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie op 21 december 2011, vastgesteld 26 januari 2012, Kamerstukken II, 22 112, nr.1346, p.12, 13 en 20. Website NU.nl (www.nu.nl), ‘Startkwalificatie voorwaarde voor migrant’, 9 februari 2012. Memorie van antwoord inzake het voorstel tot Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met nationale visa en enkele andere onderwerpen, 2 maart 2012, Kamerstukken I, vergaderjaar 2011-2012, nr. 31 549 C, p.4. BNR Europa (BNR Radio), Jannemieke Ouwerkerk over Commissie Meijers publicatie “The Principle of Mutual Trust in European Asylum, Migration and Criminal law”, radio uitzending van 6 maart 2012. Nieuwsbericht, ‘Wederzijds vertrouwen in Europa’, in: Nederlands Juristenblad, Kluwer 9 maart 2012, p.715. Brief van de Voorzitter van de Eerste Kamer Commissie voor Immigratie&Asiel/JBZ- Raad aan de Minister van Veiligheid en Justitie inzake herziening EU-wetgeving bescherming persoonsgegevens, kenmerk 150156.01u, 9 maart 2012. Verslag algemeen overleg inzake migratiebeleid, 15 februari 2012, vastgesteld 13 maart 2012, Kamerstukken II, vergaderjaar 2011-2012, 30 573, nr.98, p.31. Beleidsdebat over de toekomst, rol en bevoegdheden van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens in de Eerste Kamer, 13 maart 2012, vastgesteld 26 maart 2012, Handelingen 2011-2012, nr.22, item 3, p.24, 25 en 26. Besluit van 27 maart 2012 tot wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000, het Besluit Modern Migratiebeleid en het besluit inburgering (aanscherping eisen gezinsmigratie), in: Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, p.15. Verslag algemeen overleg inzake verwerking en bescherming persoonsgegevens, 7 maart 2012, Kamerstukken II, vergaderjaar 2011-2012, 32 761, nr.27, p.7. Verslag algemeen overleg inzake de JBZ- Raad van 8 maart 2012 (deel I&A), 6 maart 2012, vastgesteld 2 april 2012, Kamerstukken II, 2011-2012, 32 317, nr. 115, p.14, 15. Brief van de Minister van Veiligheid en Justitie aan de Voorzitter van de Tweede Kamer inzake herziening EU- wetgeving bescherming persoonsgegevens, kenmerk 248750, 27 april 2012. Brief van de Minister van Veiligheid en Justitie aan de Voorzitter van de Eerste Kamer inzake herziening EU-wetgeving bescherming persoonsgegevens, kenmerk 256806, 9 mei 2012. Brief van de Voorzitters van de Eerste Kamer Commissies voor Immigratie&Asiel/JBZ- Raad en Veiligheid en Justitie aan de Minister van Veiligheid en Justitie inzake herziening EU- wetgeving bescherming persoonsgegevens, kenmerk 150156.04u, 16 mei 2012.
 
Behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met nationale visa en enkele andere onderwerpen in de Eerste Kamer, 15 mei 2012, vastgesteld 29 mei 2012, Handelingen 2011-2012, nr.29, item 4, p.10,22,23 en 30. Website EU Observer (http://euobserver.com), ‘Police can probe asylum fingerprints, commission says’, 30 mei 2012. Verslag schriftelijk overleg inzake herziening bescherming EU- wetgeving persoonsgegevens, vastgesteld 15 juni 2012, Kamerstukken II, vergaderjaar 2011-2012, 32 761, nr.31, p.8, 12, 39, 40 en 50. Verslag algemeen overleg inzake de JBZ-Raad op 7 en 8 juni 2012, 6 juni 2012, vastgesteld 11 juli 2012, Kamerstukken II, vergaderjaar 2011-2012, 32 317, nr.128, p.11, 28, 29, 30, 31, 32, 33 en 34. Brief van de Minister van Veiligheid en Justitie aan de Voorzitter van de Eerste Kamer inzake herziening EU- wetgeving bescherming persoonsgegevens aan de Voorzitter van de Eerste Kamer, kenmerk 282615, 13 juli 2012. Brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie aan de Voorzitter van de Tweede Kamer inzake de richtlijn over het recht op toegang tot een raadsman, 26 juli 2012, Kamerstukken II, vergaderjaar 2011-2012, 32 317, nr. 133. Verslag algemeen overleg over verwerking en bescherming persoonsgegevens, 3 juli 2012, vastgesteld 5 september 2012, Kamerstukken II, vergaderjaar 2011-2012, 32 761, nr.42, p.1 en 7. Website EU Observer (http://euobserver.com), ‘Brussels defends Dutch border control project’, 5 juli 2012. I. Laitinen, ‘Criticism of Frontex’s operations at sea mounts’. Deze tekst is uitgesproken tijdens een bijeenkomst van het LIBE- Comité van het Europees Parlement op 11 oktober 2012 en gepubliceerd op de site van Statewatch, http://www.statewatch.org/analyses/200-frontex-search-rescue.pdf. Brief van de Voorzitter van de Eerste Kamer Commissie voor Immigratie&Asiel/JBZ- Raad aan de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel inzake Eurosur, kenmerk 150162.03u, 12 oktober 2012. Verslag algemeen overleg inzake de JBZ- Raad van 25 en 26 oktober 2012, 24 oktober 2012, vastgesteld 22 november 2012, Kamerstukken II, vergaderjaar 2012-2013, 32 317, nr. 142, p.3, 4, 12, 22, 27, 29, 34, 36. W. Heck en C. Houtekamer, ‘De muren moeten sterker en hoger’, in: NRC Next, 27 november 2012, p.4. Dichtbij Nederland (Radio 5- NTR), Jorrit Rijpma over Eurosur, radio uitzending van 27 november 2012. Brief van de Minister en Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie inzake Eurodac, Kamerstukken II, vergaderjaar 2012-2013, 32317, Nr.147, 3 december 2012. W. Heck en C. Houtekamer, ‘Je komt er niet meer in’, in: NRC Handelsblad, 17 december 2012, p.6-7.
 
 
1 Brief van de regering aan de Tweede Kamer der Staten- Generaal, 27 april 2012, Kamerstukken II, vergaderjaar 2011-2012, 32 761, nr. 29.
2 Brief van de EK vaste commissies voor Immigratie & Asiel/JBZ- Raad en voor Veiligheid& Justitie inzake de Europese voorstellen bescherming persoonsgegevens, 16 mei 2012, kenmerk 150156.04u en Verslag van een schriftelijk overleg inzake Verwerking en bescherming persoonsgegevens, vastgesteld 15 juni 2012, vergaderjaar 2011-2012, 31 761, nr.31.
3 Verslag van een Algemeen Overleg op 3 juli 2012 over Verwerking en bescherming persoonsgegevens, vastgesteld op 5 september 2012, Kamerstukken II, vergaderjaar 2011-2012, 32 761, nr. 42.
4 Motie van het lid Elissen c.s. over Verwerking en bescherming persoonsgegevens, 5 juli 2012, Kamerstukken II, 2011-2012, 32 761 Nr. 38.
5 W. Heck en C. Houtekamer, ‚De muren moeten sterker en hoger’, in: NRC Next, 27 november 2012, p.4 en W. Heck en C. Houtekamer, ‚Je komt er niet meer in’, in: NRC Handelsblad, 17 december 2012, p.6-7.
6 Radio 5, „Dichtbij Nederland“, uitzending van 27 november 2012.via http://dichtbijnederland.nps.nl/page/detail/794907/Permanente+aanpak+illegale+asielzoekers terug te luisteren.
7 Brief van de EK vaste commissies voor Immigratie & Asiel/JBZ- Raad inzake Eurosur, Kamerstukken I, vergaderjaar 2011-2012,33 119 D, 12 oktober 2012.
8 Brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie over Eurosur, Kamerstukken I, vergaderjaar 2011-2012,33 119 D, 2 november 2012.
9 Brief van de Minister en de Staatssecretaris voor Veiligheid en Justitie over de JBZ- Raad, Kamerstukken I, vergaderjaar 2012-2013, 32 317 CJ, 20 december 2012.
10 Algemene overleggen over de JBZ- Raden van 8 maart 2012 en 7 en 8 juni 2012, gehouden op 6 maart 2012 en 6 juni 2012, Kamerstukken II, vergaderjaar 2011-2012, 32 317, nr. 115 en 32 317 , nr.128.
11 Raadsdocument 12598/12 van 16 juli 2012, via www.statewatch.org.
12 Raadsdocument 12746/2/12 van 27 juli 2012, via www.statewatch.org.
13 COM (2011) 254 van 30 mei 2012.
14 Zie CM0712, CM0714 en CM0910, via www.commissie-meijers.nl.
15 Verslag van een Algemeen Overleg over de JBZ- Raad van 25 en 26 oktober 2012 op 24 oktober 2012, Kamerstukken II, 2012-2013, 32 317, nr.142, vastgesteld 22 november 2012, p.40.
16 Brief van de Minister en Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie over de JBZ- Raad, Kamerstukken II, vergaderjaar 2012-2013, 32 317, nr.147, 3 december 2012.
17 Zie CM1303 Reactie Commissie Meijers op de brief van de regering over het voorstel tot wijziging van de Eurodac Verordening, via www.commissie-meijers.nl en de brief van de Minister van Veiligheid en Justitie, Kamerstukken II, vergaderjaar 2012-2013, 32 317, nr.152, 15 januari 2013.
18 Zie CM1109 van 13 september 2011 en het jaarverslag over 2011 voor de activiteiten van de Commissie Meijers met betrekking tot deze richtlijn in 2011, via www.commissie-meijers.nl.
19 European Parliament Orientation Vote Results on the proposal for a Directive on the right of access to a lawyer in criminal proceedings and on the right to communicate upon arrest, PE474.063v04-00, 12 juli 2012.
20 Verslag van een algemeen overleg over de JBZ- Raad van 7 en 8 juni 2012 op 6 juni 2012, Kamerstukken II, vergaderjaar 2011-2012, 32 317, nr. 128, vastgesteld 11 juli 2012.
21 Brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie over de JBZ- Raad, Kamerstukken II, vergaderjaar 2011-2012, 32 317, nr. 133, 26 juli 2012.
22 Verslag van een Algemeen Overleg over de JBZ- Raad van 6 en 7 december 2012 op 5 december 2012, Kamerstukken II, vergaderjaar 2012-2013, 32 317, nr. 149, vastgesteld 7 januari 2013.
23 Brief van de Minister van Veiligheid en Justitie, Kamerstukken II, 2012-2013, 32 317 Nr. 152, 15 januari 2013.